Penicillines bij infecties tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Penicillines mogen wor­den gebruikt tijdens de borstvoeding. Deze antibiotica komen weinig in de moedermelk terecht. Ook de combinatie amoxicilline en clavulaanzuur mag gebruikt worden. Clavulaanzuur komt ook nauwelijks in de moedermelk. De kans op een allergische reactie bij de zuigeling is heel klein.

Let op

  • Als er diarree bij de zuigeling ontstaat, zou dit door het antibioticagebruik van de moeder kunnen komen. De kans daarop is heel klein omdat deze antibiotica maar zo weinig in de melk terecht komen.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - amoxicilline
    • - amoxicilline/clavulaanzuur
    • - ampicilline
    • - flucloxacilline
    • - piperacilline
    • - piperacilline/tazobactam
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - benzylpenicilline
    • - feneticilline
    • - fenoxymethylpenicilline
arrow icon

Kijk eventueel bij het maken van een afweging tussen de verschillende antibiotica bij de middelen die bij de neonaat zelf worden toegepast (zie het Kinderformularium). Antimicrobiële middelen gaan in het algemeen weinig over in de moe­dermelk. In het bloed van zuigelingen zijn minimale concentraties aangetroffen. In theorie is het mogelijk dat de darmflora van de zuigeling wordt beïnvloed. Dit leidt hooguit tot wat dunnere ontlasting.

Laatst bijgewerkt op 22-02-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.