Certolizumab tijdens de zwangerschap

In het kort

Certolizumab kan in de zwangerschap gebruikt worden. Het middel lijkt geen hogere kans te geven op aangeboren afwijkingen bij het kind.

Certolizumab passeert de placenta nauwelijks. Het is niet gemeten in het bloed van de kinderen vlak na de geboorte. Ook is er geen effect gezien op de kans op een infectie in het eerste levensjaar.

Lees verder onder de tabel voor uitgebreide informatie

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig
    • - certolizumab pegol

Achtergrondinformatie

Goede behandeling van de aandoening in de zwangerschap is belangrijk.
Certolizumab wordt gegeven bij Reumatoïde artritis, psoriasis en chronische darmontstekingen. Het is belangrijk dat de zwangere vrouw met deze aandoening een optimale behandeling krijgt. Exacerbaties (een verergering van de klachten) kunnen het verloop van de zwangerschap ongunstig beïnvloeden. In aparte pagina’s worden de behandeling van chronische darmontstekingen (komt binnenkort), de behandeling van reuma en de behandeling van psoriasis (komt binnenkort) tijdens de zwangerschap beschreven.

Er is veel onderzoek gedaan naar het gebruik van de groep TNF-alfa-blokkers in de zwangerschap.
Certolizumab is een TNF-alfa-blokker. In de onderzoeken wordt geen hoger risico gezien op aangeboren afwijkingen en miskramen. Wel wordt er in enkele studies een laag geboortegewicht gezien en zijn er mogelijk meer vroeggeboortes bij gebruik van TNF-alfa-blokkers. Kijk voor uitgebreide informatie op de pagina over TNF-alfa-blokkers tijdens de zwangerschap.

Er is beperkt onderzoek gedaan naar het gebruik van certolizumab in de zwangerschap.

  • Het risico op aangeboren afwijkingen lijkt niet verhoogd. Over het risico op meer vroeggeboortes en laag geboortegewicht zijn nog te weinig gegevens bekend.
  • De meeste data (rond de 1400 blootgestelde zwangerschappen) komen uit een abstract van de fabrikant. [1]  De kwaliteit van de data over certolizumab in de zwangerschap is daardoor beperkt.
  • Verder worden er ruim 200 zwangerschappen gemeld in verschillende studies. [2-8] In 22 gevallen is specifiek naar de effecten van certolizumab gekeken. De overige zwangerschappen komen uit studies die kijken naar de groep TNF-alfa-blokkers. In deze onderzoeken wordt certolizumab meestal in een beperkt deel van de zwangerschappen gebruikt.

Certolizumab kan de placenta niet tot nauwelijks passeren.
In studies is certolizumab nauwelijks gemeten in het navelstrengbloed van de baby. Ook is certolizumab niet gedetecteerd bij de pasgeborene in het bloed. [4, 9-14] Verschillende bronnen geven dan ook aan dat dit middel  tijdens de gehele zwangerschap  gebruikt zou kunnen worden, omdat de overgang over de placenta laag is.

Certolizumab is geen volledig monoklonaal antilichaam. Monoklonale antilichamen bestaan uit een Fab- en een Fc-deel. Het Fc deel is nodig om de placenta te kunnen passeren. Bij certolizumab ontbreekt het Fc deel, waardoor certolizumab nauwelijks over de placenta gaat. [15, 16]

Er wordt geen effect gezien van certolizumab op de afweer van het kind. 
Certolizumab heeft een lange halfwaardetijd (circa 2 weken) en kan de afweer onderdrukken. Dit kan in theorie een hoger risico op infecties in het eerste levensjaar geven. Omdat certolizumab de placenta niet kan passeren, is een verhoogd risico hierop niet waarschijnlijk. In onderzoeken zijn er tot nu toe ook geen aanwijzingen voor immunosuppressie bij het kind. Er worden niet meer infecties gezien in het eerste 6 levensmaanden. [3, 4, 17] Er is ook geen sprake van een lagere  respons op vaccinatie. [18] In de SmPC van certolizumab wordt geadviseerd de zuigeling niet te vaccineren met levende of verzwakte vaccins tot minimaal 5 maanden na de laatste toediening aan de moeder. Op basis van alle bovenstaande ervaring, lijkt dit advies aan de strenge kant.

Referentielijst:

1.            Clowse, M.E., Dubinsky, M.C., Fischer-Betz, R. et al. 2021. Pharmacovigilance data on pregnancy outcomes in women with crohn's disease exposed to certolizumab pegol. American Journal of Gastroenterology  116(SUPPL):S347-S348.

2.            Smeele, H.T.W., Roder, E., Mulders, A., Steegers, E.A.P., Dolhain, R. 2022. Tumour necrosis factor inhibitor use during pregnancy is associated with increased birth weight of rheumatoid arthritis patients' offspring. Ann Rheum Dis. PMID:35817469.

3.            Prieto-Peña, D., Calderón-Goercke, M., Adán, A. et al. 2021. Efficacy and safety of certolizumab pegol in pregnant women with uveitis. Recommendations on the management with immunosuppressive and biologic therapies in uveitis during pregnancy. Clin Exp Rheumatol  39:105-114. PMID:33124565.

4.            Mahadevan, U., Long, M.D., Kane, S.V. et al. 2021. Pregnancy and neonatal outcomes after fetal exposure to biologics and thiopurines among women with inflammatory bowel disease. Gastroenterology  160(4):1131-1139. PMID:33227283.

5.            Rekawek, D.P., Johnson, D.S., Bigelow, D.C.A. et al. 2022. Exposure to biologic therapy and associated maternal and neonatal outcomes in pregnancies complicated by inflammatory bowel disease. American journal of obstetrics & gynecology MFM  4:100518. PMID:34688951.

6.            Luu, M., Benzenine, E., Doret, M. et al. 2018. Continuous anti-tnfalpha use throughout pregnancy: Possible complications for the mother but not for the fetus. A retrospective cohort on the french national health insurance database (evasion). Am J Gastroenterol  113(11):1669-1677. PMID:29961771.

7.            Genest, G., Spitzer, K.A., Laskin, C.A. 2018. Maternal and fetal outcomes in a cohort of patients exposed to tumor necrosis factor inhibitors throughout pregnancy. J Rheumatol  45(8):1109-1115. PMID:29961692.

8.            Seirafi, M., de, V.B., Amiot, A. et al. 2014. Factors associated with pregnancy outcome in anti-tnf treated women with inflammatory bowel disease. Alimentary Pharmacology and Therapeutics  40(4):363-373. PMID:24980270.

9.            Fukushima, H., Iwata, Y., Arima, M., Tanaka, Y., Sugiura, K. 2021. Efficacy and safety of treatment with anti-tumor necrosis factor-α drugs for severe impetigo herpetiformis. J Dermatol  48(2):207-210. PMID:33035362.

10.          Morita, T., Fujimoto, K., Shima, Y., Ogata, A., Kumanogoh, A. 2018. Minimal neonatal transfer of certolizumab pegol in a japanese patient with rheumatoid arthritis. Ann Rheum Dis  77(9):e56. PMID:28939633.

11.          Mariette, X., Forger, F., Abraham, B. et al. 2018. Lack of placental transfer of certolizumab pegol during pregnancy: Results from crib, a prospective, postmarketing, pharmacokinetic study. Ann RheumDis  77(2):228-233.

12.          Forger, F., Zbinden, A., Villiger, P.M. 2016. Certolizumab treatment during late pregnancy in patients with rheumatic diseases: Low drug levels in cord blood but possible risk for maternal infections. A case series of 13 patients. JointBoneSpine  83(3):341-343.

13.          Mahadevan, U., Wolf, D.C., Dubinsky, M. et al. 2013. Placental transfer of anti-tumor necrosis factor agents in pregnant patients with inflammatory bowel disease. ClinGastroenterolHepatol  11(3):286-292. PMID:23200982.

14.          Ghalandari, N., Kemper, E., Crijns, I.H. et al. 2022. Analysing cord blood levels of tnf inhibitors to validate the eular points to consider for tnf inhibitor use during pregnancy. Ann Rheum Dis  81(3):402-405. PMID:34493490.

15.          Suzuki, T., Ishii-Watabe, A., Tada, M. et al. 2010. Importance of neonatal fcr in regulating the serum half-life of therapeutic proteins containing the fc domain of human igg1: A comparative study of the affinity of monoclonal antibodies and fc-fusion proteins to human neonatal fcr. J Immunol  184(4):1968-1976. PMID:20083659.

16.          Porter, C., Armstrong-Fisher, S., Kopotsha, T. et al. 2016. Certolizumab pegol does not bind the neonatal fc receptor (fcrn): Consequences for fcrn-mediated in vitro transcytosis and ex vivo human placental transfer. J Reprod Immunol  116:7-12. PMID:27123565.

17.          Vinet, E., De, M.C., Pineau, C.A., Abrahamowicz, M., Curtis, J.R., Bernatsky, S. 2018. Serious infections in rheumatoid arthritis offspring exposed to tumor necrosis factor inhibitors: A cohort study. Arthritis Rheumatol  70(10):1565-1571. PMID:29771477.

18.          Beaulieu, D.B., Ananthakrishnan, A.N., Martin, C., Cohen, R.D., Kane, S.V., Mahadevan, U. 2018. Use of biologic therapy by pregnant women with inflammatory bowel disease does not affect infant response to vaccines. Clin Gastroenterol Hepatol  16(1):99-105. PMID:28870657.

Laatst bijgewerkt op 04-04-2022


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.