Ustekinumab tijdens de zwangerschap

In het kort

Er is nog weinig informatie over het gebruik van ustekinumab tijdens de zwangerschap. In het onderzoek dat gedaan is, is geen verhoogde kans op miskramen en aangeboren afwijkingen gevonden. Maar er is meer onderzoek nodig met grotere groepen zwangeren. Ustekinumab is een monoklonaal antilichaam. Het kan vanaf het tweede trimester via de placenta overgaan naar het ongeboren kind. Hierdoor kan het de afweer van de baby in de eerste maanden na de geboorte onderdrukken (immunosuppressie).

Het is belangrijk om Colitis Ulcerosa, de ziekte van Crohn en psoriasis in de zwangerschap goed te behandelen.

Let op

  • Om de kans op immunosuppressie bij het kind te verkleinen, wordt soms geadviseerd halverwege de zwangerschap met ustekinumab te stoppen. Dit kan alleen als de ziekte rustig is. Stoppen als de aandoening actief is, kan negatieve invloed hebben op de zwangerschap.
  • Als de moeder tijdens een groot deel van of de hele zwangerschap een monoklonaal antilichaam heeft gebruikt, wordt inenting van het kind met een levend verzwakt vaccin in de eerste maanden afgeraden. Vaccins van het Rijksvaccinatieprogramma kunnen wel gegeven worden. Dit zijn geen levend verzwakte vaccins.

Lees verder onder de tabel voor uitgebreide informatie.

Risico indeling

  • Mogelijk risico tooltip icon Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind. Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - ustekinumab (derde trimester)
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - ustekinumab (eerste en tweede trimester)

Achtergrondinformatie

Ervaring in de zwangerschap met ustekinumab
Ustekinumab is beperkt onderzocht. Er wordt geen hoger risico op afwijkingen of miskramen gezien. In de literatuur worden enige honderden zwangerschappen beschreven in kleine studies of case reports. De vrouwen gebruikten de medicatie vaak alleen in het eerste trimester. Met het gebruik gedurende de hele zwangerschap is minder ervaring. [1-6]

Ustekinumab kan de placenta goed passeren
Ustekinumab kan vanaf het tweede trimester de placenta passeren via een actief transportmechanisme. [7, 8] De passage neemt in de loop van de zwangerschap toe en is het hoogste vlak voor de bevalling.

In onderzoeken worden hoge waardes ustekinumab gevonden in het navelstrengbloed bij moeders die dit middel hebben gebruikt tot 23-36 weken zwangerschapsduur. De concentratie in navelstrengbloed is een factor 1.4 tot 3 maal hoger dan de concentratie in het bloed van de moeder. [2, 9-14] Door te stoppen met de medicatie in de loop van de zwangerschap, kan de blootstelling van de foetus worden verlaagd. Stoppen in de zwangerschap geeft echter een risico op een terugval van de aandoening. 

Ustekinumab kan de afweer van het kind onderdrukken
Doordat ustekinumab lang in het lichaam van kind aanwezig blijft, is er mogelijk een hoger risico op infecties in de eerste maanden na de geboorte. Ook zou het geven van een levend vaccin aan de baby een risico kunnen zijn. Bij ustekinumab is hiernaar nog weinig onderzoek gedaan. In kleine studies worden niet meer infecties in het eerste levensjaar gezien na gebruik van ustekinumab door de moeder in de zwangerschap. [2, 3]

Middelen bij chronische darmontsteking en psoriasis
Vrouwen met de ziekte van Crohn, collitis ulcerosa of psoriasis die zwanger zijn of willen worden, moeten altijd optimaal behandeld worden. Exacerbaties kunnen het verloop van de zwangerschap ongunstig beïnvloeden. Een exacerbatie geeft onder andere een verhoogd risico op miskramen, vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Daarom krijgen vrouwen het advies om alleen in een rustige fase van de aandoening zwanger te worden.

Welke middel de voorkeur heeft tijdens de zwangerschap, is afhankelijk van de medische historie en situatie van de zwangere. Binnen de verschillende geneesmiddelgroepen gaat de voorkeur uit naar de middelen waarmee de meeste ervaring is opgedaan.

Referentielijst

1.            Mahadevan, U., Naureckas, S., Tikhonov, I. et al. 2022. Pregnancy outcomes following periconceptional or gestational exposure to ustekinumab: Review of cases reported to the manufacturer's global safety database. Aliment Pharmacol Ther. PMID:35560249.

2.            Mitrova, K., Pipek, B., Bortlik, M. et al. 2022. Safety of ustekinumab and vedolizumab during pregnancy - pregnancy, neonatal and infant outcome: A prospective multicenter study. J Crohns Colitis. PMID:35708729.

3.            Avni-Biron, I., Mishael, T., Zittan, E. et al. 2022. Ustekinumab during pregnancy in patients with inflammatory bowel disease: A prospective multicentre cohort study. Aliment Pharmacol Ther  56(9):1361-1369. PMID:36168705.

4.            Gorodensky, J.H., Bernatsky, S., Afif, W., Filion, K.B., Vinet, É. 2021. Ustekinumab safety in pregnancy: A comprehensive review. Arthritis Care Res (Hoboken). PMID:34748293.

5.            Wils, P., Seksik, P., Stefanescu, C. et al. 2021. Safety of ustekinumab or vedolizumab in pregnant inflammatory bowel disease patients: A multicentre cohort study. Aliment Pharmacol Ther  53(4):460-470. PMID:33345331.

6.            Gisbert, J.P., Chaparro, M. 2020. Safety of new biologics (vedolizumab and ustekinumab) and small molecules (tofacitinib) during pregnancy: A review. Drugs. PMID:32562207.

7.            Porter, C., Armstrong-Fisher, S., Kopotsha, T. et al. 2016. Certolizumab pegol does not bind the neonatal fc receptor (fcrn): Consequences for fcrn-mediated in vitro transcytosis and ex vivo human placental transfer. J Reprod Immunol  116:7-12. PMID:27123565.

8.            Suzuki, T., Ishii-Watabe, A., Tada, M. et al. 2010. Importance of neonatal fcr in regulating the serum half-life of therapeutic proteins containing the fc domain of human igg1: A comparative study of the affinity of monoclonal antibodies and fc-fusion proteins to human neonatal fcr. J Immunol  184(4):1968-1976. PMID:20083659.

9.            Saito, J., Kaneko, K., Kawasaki, H. et al. 2022. Ustekinumab during pregnancy and lactation: Drug levels in maternal serum, cord blood, breast milk, and infant serum. Journal of pharmaceutical health care and sciences  8(1):18. PMID:35773736.

10.          Mahadevan, U., Long, M.D., Kane, S.V. et al. 2021. Pregnancy and neonatal outcomes after fetal exposure to biologics and thiopurines among women with inflammatory bowel disease. Gastroenterology  160(4):1131-1139. PMID:33227283.

11.          Flanagan, E., Prentice, R., Wright, E.K. et al. 2021. Ustekinumab levels in pregnant women with inflammatory bowel disease and infants exposed in utero. Aliment Pharmacol Ther. PMID:34907546.

12.          Sako, M., Yoshimura, N., Sonoda, A. et al. 2021. Safety prediction of infants born to mothers with crohn's disease treated with biological agents in the late gestation period. J Anus Rectum Colon  5(4):426-432. PMID:34746508.

13.          Klenske, E., Osaba, L., Nagore, D., Rath, T., Neurath, M.F., Atreya, R. 2019. Drug levels in the maternal serum, cord blood and breast milk of a ustekinumab-treated patient with crohn's disease. J CrohnsColitis  13(2):267-269.

14.          Rowan, C.R., Cullen, G., Mulcahy, H.E. et al. 2018. Ustekinumab drug levels in maternal and cord blood in a woman with crohn's disease treated until 33 weeks of gestation. J CrohnsColitis  12(3):376-378.

Laatst bijgewerkt op 27-10-2022


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.