Etanercept tijdens de zwangerschap

In het kort

Etanercept kan in de zwangerschap gebruikt worden. Het middel lijkt geen hogere kans te geven op aangeboren afwijkingen bij het kind.

Etanercept komt maar weinig bij het ongeboren kind terecht. Het kan, bij doorgebruik in het tweede deel van de zwangerschap, misschien de afweer van de baby onderdrukken (immunosuppressie), maar dit lijkt niet waarschijnlijk.

Let op

  • Om de kans op immunosuppressie bij het kind te verkleinen, wordt soms geadviseerd voor 30 weken zwangerschap met etanercept te stoppen. Dit kan alleen als de ziekte rustig is. Stoppen als er veel klachten zijn van de aandoening, kan negatieve invloed hebben op de zwangerschap.
  • Het advies is om levend verzwakte vaccins (bijvoorbeeld het BCG-vaccin) niet aan zuigelingen te geven tot minimaal 16 weken na de laatste toediening van etanercept aan de moeder tijdens de zwangerschap. Als een dergelijke vaccinatie toch nodig is, kan overwogen worden om vooraf te bepalen of etanercept meetbaar is in het bloed van de baby. Vaccins van het Rijksvaccinatieprogramma kunnen gegeven worden. Dit zijn geen levend verzwakte vaccins.

Lees verder onder de tabel voor uitgebreide informatie.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel of studies minder discrepanties tonen. Het belang van behandeling kan na afweging groter zijn dan het risico.
    • - etanercept

Achtergrondinformatie

Goede behandeling van reuma en psoriasis in de zwangerschap is belangrijk.
Etanercept wordt toegepast bij Reumatoïde artritis en psoriasis. Het is belangrijk dat de zwangere vrouw met deze aandoening een optimale behandeling krijgt. Exacerbaties (een verergering van de klachten) kunnen het verloop van de zwangerschap ongunstig beïnvloeden. In aparte pagina’s worden de behandeling van reuma en de behandeling van psoriasis (komt binnenkort) tijdens de zwangerschap beschreven.

Er is veel onderzoek gedaan naar het gebruik van de groep TNF-alfa-blokkers in de zwangerschap.
Etanercept is een TNF-alfa-blokker. In de onderzoeken wordt geen hoger risico gezien op aangeboren afwijkingen en miskramen. Wel wordt er in enkele studies een laag geboortegewicht gezien en zijn er mogelijk meer vroeggeboortes bij gebruik van TNF-alfa-blokkers. Kijk voor uitgebreide informatie op de pagina over TNF-alfa-blokkers tijdens de zwangerschap. 

Er is redelijk veel onderzoek gedaan naar het gebruik van etanercept in de zwangerschap.
Er worden ruim 1200 zwangerschappen beschreven. [1-3]  

  • Het risico op aangeboren afwijkingen is niet verhoogd.
  • De vrouwen gebruikten de medicatie vaak alleen in het eerste trimester. Met het gebruik gedurende de hele zwangerschap is minder ervaring beschreven.
  • Bij ruim 1000 zwangerschappen is er onderzoek gedaan naar het effect van alleen etanercept. Bij de andere zwangerschappen is etanercept onderdeel van een studie naar de groep TNF-alfa blokkers.
  • In studies waarin naar de groep TNF-alfa-blokkers is gekeken, maakt etanercept vaak een aanzienlijk deel uit van de zwangerschappen.

Andere uitkomsten die onderzocht zijn:

  • Twee studies zien een hoger risico op vroeggeboorte [4, 5], 1 studie niet. [6] Het onderliggend ziektebeeld kan ook een bijdrage leveren aan dit risico.
  • Het is onduidelijk of er effect is op de groei. Een effect hierop is niet uit te sluiten, maar een bijdrage van het ziektebeeld en het gebruik van corticosteroïden lijkt ook aannemelijk.

Etanercept passeert de placenta nauwelijks.
Etanercept kan vanaf het tweede trimester de placenta passeren via een actief transportmechanisme. Etanercept heeft echter een lage affiniteit voor de transportreceptor, waardoor de passage beperkt is. [8-10] Er worden lage waardes etanercept gevonden in het navelstrengbloed, vaak niet detecteerbaar, zelfs bij gebruik tijdens de hele zwangerschap. [3, 11-14]

Etanercept wordt langzaam verwijderd uit het lichaam
Etanercept heeft een lange halfwaardetijd, maar wel aanzienlijk korter dan de andere TNF-alfa-blokkers. Voor etanercept is dit 3-4 dagen, terwijl dit bij de andere TNF-alfa blokkers rond de 2 weken ligt. Door de langzame klaring kan etanercept nog enige tijd na de geboorte in het lichaam van het kind aanwezig blijven.

Het risico op infecties in het eerste levensjaar is onbekend.
Etanercept kan de afweer van het kind onderdrukken en mogelijk een hoger risico op infecties in het eerste levensjaar geven. Over het algemeen zijn de onderzoeken bij andere TNF-alfa-blokkers geruststellend. Of dit ook voor etanercept geldt, is niet duidelijk. Doordat etanercept slechts weinig over de placenta gaat, is het risico hierop mogelijk laag.

Overwogen kan worden om voor 25-30 weken zwangerschap met de medicatie te stoppen. Bij vrouwen die het gebruik van etanercept staakten voor 30 weken zwangerschap, was het niet meer meetbaar in het navelstrengbloed bij de geboorte. [14] Dit kan uitsluitend als de ziekte in remissie is en het risico op een terugval laag.

Referentielijst

1.            De Felice, K.M., Kane, S. 2021. Safety of anti-tnf agents in pregnancy. J Allergy Clin Immunol  148(3):661-667. PMID:34489011.

2.            Alijotas-Reig, J., Esteve-Valverde, E., Ferrer-Oliveras, R., Llurba, E., Gris, J.M. 2017. Tumor necrosis factor-alpha and pregnancy: Focus on biologics. An updated and comprehensive review. Clin Rev AllergyImmunol.

3.            Ghalandari, N., Dolhain, R., Hazes, J.M.W., van Puijenbroek, E.P., Kapur, M., Crijns, H. 2020. Intrauterine exposure to biologics in inflammatory autoimmune diseases: A systematic review. Drugs  80(16):1699-1722. PMID:32852745.

4.            Broms, G., Kieler, H., Ekbom, A. et al. 2020. Anti-tnf treatment during pregnancy and birth outcomes: Apopulation-based study from denmark, finland, and sweden. Pharmacoepidemiol Drug Saf  29(3):316-327. PMID:32020767.

5.            Weber-Schoendorfer, C., Oppermann, M., Wacker, E. et al. 2015. Pregnancy outcome after tnf-alpha inhibitor therapy during the first trimester: A prospective multicentre cohort study. BrJ ClinPharmacol  80(4):727-739. PMID:25808588.

6.            Tsao, N.W., Sayre, E.C., Hanley, G. et al. 2018. Risk of preterm delivery and small-for-gestational-age births in women with autoimmune disease using biologics before or during pregnancy: A population-based cohort study. Ann RheumDis  77(6):869-874. PMID:29496718.

7.            Verstappen, S.M., King, Y., Watson, K.D., Symmons, D.P., Hyrich, K.L. 2011. Anti-tnf therapies and pregnancy: Outcome of 130 pregnancies in the british society for rheumatology biologics register. Annals of the Rheumatic Diseases  70(5):823-826.

8.            Porter, C., Armstrong-Fisher, S., Kopotsha, T. et al. 2016. Certolizumab pegol does not bind the neonatal fc receptor (fcrn): Consequences for fcrn-mediated in vitro transcytosis and ex vivo human placental transfer. J Reprod Immunol  116:7-12. PMID:27123565.

9.            Suzuki, T., Ishii-Watabe, A., Tada, M. et al. 2010. Importance of neonatal fcr in regulating the serum half-life of therapeutic proteins containing the fc domain of human igg1: A comparative study of the affinity of monoclonal antibodies and fc-fusion proteins to human neonatal fcr. J Immunol  184(4):1968-1976. PMID:20083659.

10.          Arora, T., Padaki, R., Liu, L. et al. 2009. Differences in binding and effector functions between classes of tnf antagonists. Cytokine  45(2):124-131. PMID:19128982.

11.          Eliesen, G.A.M., van Drongelen, J., van Hove, H. et al. 2020. Assessment of placental disposition of infliximab and etanercept in women with autoimmune diseases and in the ex vivo perfused placenta. Clin Pharmacol Ther  108(1):99-106. PMID:32153014.

12.          Berthelsen, B.G., Fjeldsoe-Nielsen, H., Nielsen, C.T., Hellmuth, E. 2010. Etanercept concentrations in maternal serum, umbilical cord serum, breast milk and child serum during breastfeeding. Rheumatology(Oxford)  49(11):2225-2227.

13.          Murashima, A., Watanabe, N., Ozawa, N., Saito, H., Yamaguchi, K. 2009. Etanercept during pregnancy and lactation in a patient with rheumatoid arthritis: Drug levels in maternal serum, cord blood, breast milk and the infant's serum. Annals of the Rheumatic Diseases  68(11):1793-1794.

14.          Ghalandari, N., Kemper, E., Crijns, I.H. et al. 2022. Analysing cord blood levels of tnf inhibitors to validate the eular points to consider for tnf inhibitor use during pregnancy. Ann Rheum Dis  81(3):402-405. PMID:34493490.

Laatst bijgewerkt op 04-04-2022


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.