Somatostatine-analoga tijdens de zwangerschap

In het kort

Over het gebruik van somatostatine en somatostatine-analoga tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens bekend om een goede inschatting te maken van de mogelijke risico’s.

Risico indeling

  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - lanreotide
    • - octreotide
    • - pasireotide
    • - somatostatine

Achtergrondinformatie

Somatostatine
Somatostatine is een hormoon dat van nature voorkomt in het lichaam. Er is geen ervaring met het gebruik van somatostatine als geneesmiddel in de zwangerschap.

Lanreotide en octreotide
Een review artikel uit 2020 beschrijft 67 zwangerschappen bij 62 vrouwen met het gebruik van lanreotide en octreotide tijdens de zwangerschap [1]. Ze werden vergeleken met 74 zwangerschappen bij 65 vrouwen met dezelfde aandoening zonder medicatie (controlegroep). In 36 zwangerschappen was het gebruik gestopt in het eerste trimester. In 20 zwangerschappen werd het gebruik gecontinueerd tot na het eerste trimester. In totaal werd 1 afwijking gezien (urineleider stenose bij octreotide) in de behandelde groep en 1 afwijking in de controlegroep. Er werden geen verschillen gezien in zwangerschapsduur en geboortegewicht in vergelijking met de controle groep.

Pasireotide
Er is geen ervaring met het gebruik van pasireotide tijdens de zwangerschap.

arrow icon
  • Vialon M, Grunenwald S, Mouly C. First-generation somatostatin receptor ligands and pregnancy: lesson from women with acromegaly. Endocrine. 2020-11-01;70(2):396-403

Laatst bijgewerkt op 12-07-2022


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.