Systemische antivirale middelen bij herpesinfecties tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Aciclovir (op de huid of tablet) en valaciclovir kunnen worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Aciclovir per infuus kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt. Het is onbekend of de andere middelen in deze groep veilig kunnen worden gebruikt.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - aciclovir (lokaal) (oraal)
    • - valaciclovir
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - aciclovir (intraveneus)
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - famciclovir
    • - foscarnet
    • - ganciclovir
    • - valganciclovir
arrow icon

Aciclovir
Bij oraal gebruik gaan slechts kleine hoeveelheden aciclovir over in de moedermelk. Op basis van enkele cases is de berekende relatieve kinddosis tussen 1 en 2%. Nadelige effecten bij de zuigeling zijn nooit gemeld. Met het gebruik van intraveneus toegediend aciclovir is zeer beperkte ervaring. De opname door de zuigeling is waarschijnlijk laag. De biologische beschikbaarheid is rond 20%.

Valaciclovir
Valaciclovir wordt in het lichaam snel omgezet naar aciclovir. In één onderzoek werd valaciclovir na orale toediening niet in het bloed van de moeder of in de moedermelk aangetoond. De metaboliet aciclovir was wel in de moedermelk aanwezig.

Overige middelen
Over de overige middelen in deze groep zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de risico’s. Er zijn geen case reports bekend.

Laatst bijgewerkt op 10-12-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.