Middelen bij candida infectie van de borst tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Bij een oppervlakkige candida-schimmelinfectie aan de borst is het veilig om miconazol of nystatine te gebruiken. Fluconazol kan waarschijnlijk veilig gebruikt worden bij een candida infectie in de borst.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - miconazol (lokaal)
    • - nystatine (oraal of lokaal)
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - fluconazol (oraal)
arrow icon

Oppervlakkige candida-infectie
Candida albicans kan de tepel oppervlakkig infecteren. Risicofactoren voor een infectie zijn tepelkloven, een recente kuur met antibiotica en een vaginale candida-infectie bij de moeder. Lokale behandeling met miconazol of nystatine heeft de voorkeur. Behandel zowel moeder als kind om herbesmetting te voorkomen. De behandeling moet minimaal twee dagen na ver­dwijnen van de klachten worden voortgezet.

Candidiasis in de borst
Een fluconazol kuur van enkele weken kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt voor de behandeling van een candida infectie van de borst. Enkele case-reports beschrijven goede resultaten, maar gecontroleerde onderzoeken ontbreken. Uit de ervaring met fluconazol blijkt:

  • Dat fluconazol in redelijk grote hoeveelheden overgaat in de moedermelk. De melk/plasma ratio bedraagt 0,5–0,9. De relatieve kinddosis is na een enkel­voudige dosis al meer dan 15%. Door de lange halfwaardetijd, vooral bij de premature baby, kan de relatieve kinddosis nog hoger worden bij herhaalde toepassing. De dosis die de zuigeling binnenkrijgt via de moedermelk is echter veel lager dan de therapeutische dosis bij een neonaat. Tot nu toe zijn geen nadelige effecten op de zuigeling beschreven;
  • Dat fluconazol door de baby goed wordt verdragen;
  • Dat de hoeveelheid fluconazol in de moedermelk te klein is om de eventuele can­dida-infectie in de mond van de zuigeling te behandelen;
  • Dat een enkele dosis fluconazol waarschijnlijk onvoldoende effectief is. Door het ontbre­ken van gecontroleerd onderzoek is het niet mogelijk om een duidelijke richt­lijn te geven voor de behandelduur en dosering. 

Bij diepe borstpijn kan candidiasis van de borst de onderliggende oorzaak zijn. Tijdens het voeden treedt een branderige, ste­kende en diepe pijn in de borst op. De pijn kan minuten tot uren na de voeding aanhouden. Bij een bacteriële infec­tie kunnen vergelijkbare klachten optreden. Het is daarom van belang de oorzaak van de pijn te achterhalen, voordat wordt gekozen voor een behandeling met antimycotica. Gebruik antibiotica voor de behandeling van mastitis (borstontsteking) die gepaard gaat met koorts.

Laatst bijgewerkt op 04-03-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.