Antivirale middelen bij hepatitis C tijdens de borstvoedingsperiode

In het kort

Het is onbekend of de antivirale middelen bij hepatitis C veilig gebruikt kunnen worden tijdens de borstvoeding.

Risico indeling

  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - boceprevir
    • - daclatasvir
    • - dasabuvir
    • - elbasvir
    • - glecaprevir
    • - grazoprevir
    • - ledipasvir
    • - ombitasvir
    • - paritaprevir
    • - pibrentasvir
    • - ribavirine
    • - ritonavir
    • - simeprevir
    • - sofosbuvir
    • - velpatasvir
    • - voxilaprevir

Achtergrondinformatie

Hepatitis C infectie
Het risico op transmissie van het hepatitis C virus van moeder naar kind tijdens de borstvoeding lijkt niet verhoogd. Een hepatitis C infectie is daarom geen reden om geen borstvoeding te geven, tenzij er sprake is van beschadigde of bloedende tepels, dan wel een HIV co-infectie. In de postpartum periode kan er spontane klaring van het virus optreden.

Ribavirine
Er zijn geen studies gedaan naar ribavirine tijdens de borstvoeding. Het heeft een lage orale biologische beschikbaarheid, maar het concentreert in perifere weefsels en rode bloedcellen en heeft een lange halfwaardetijd.

Ritonavir
Ervaring met ritonavir tijdens de borstvoeding is opgebouwd bij HIV besmette vrouwen in landen, waar flesvoeding door vuil drinkwater geen goed alternatief is. Meestal werd ritonavir in combinatietherapie gegeven. De melkspiegels waren laag. In een studie was de berekende relatieve kinddosis 0.42%. In de meeste studies waren er lage tot niet te detecteren serumspiegels bij het kind. Gegevens over de gezondheid van het kind zijn onbekend.
Bij HIV besmetting wordt in landen waar schoon drinkwater beschikbaar is, aangeraden om flesvoeding te geven. Borstvoeding geven wordt afgeraden vanwege het risico op transmissie van HIV.

Overige middelen
Naar het gebruik van de overige middelen zijn geen studies gedaan, waardoor een inschatting van de risico’s niet mogelijk is. De meeste van deze middelen hebben een (zeer) hoge eiwitbinding, waardoor melkspiegels waarschijnlijk laag zijn.

Laatst bijgewerkt op 19-11-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.