Diverse slaap- en kalmerende middelen tijdens de borstvoedingsperiode

In het kort

Over het gebruik van valeriaan tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend. Over buspiron en chloralhydraat zijn heel weinig gegevens bekend. Het is onbekend of deze middelen gebruikt kunnen worden tijdens de borstvoedingsperiode.

Risico indeling

  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - buspiron
    • - chloralhydraat
    • - valeriaan

Achtergrondinformatie

Valeriaan
Naar het gebruik van valeriaan tijdens de borstvoeding zijn geen studies gedaan. Het risico van het gebruik is niet in te schatten.

Buspiron
Het is onbekend in welke mate buspiron over gaat in de moedermelk. Vanwege de hoge eiwitbinding, de korte halfwaardetijd en het grote verdelingsvolume is het onwaarschijnlijk dat het in grote hoeveelheden overgaat. Daarbij is de biologische beschikbaarheid laag (4%). In 1 case was de buspiron spiegel ondetecteerbaar in de moedermelk op dag 13 postpartum na gebruik van 15 mg buspiron 3 keer per dag.

Chloralhydraat
Er is weinig ervaring met het gebruik van choralhydraat tijdens de borstvoedingsperiode. In een studie bij 50 vrouwen werden lage concentraties choralhydraat gemeten in de moedermelk na eenmalige rectale toediening van 1,3 g chloralhydraat.

Laatst bijgewerkt op 27-09-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.