Fosfaatbinders tijdens de borstvoedingsperiode

In het kort

Calciumacetaat/magnesiumcarbonaat, ferrioxidesaccharaat, lanthaancarbonaat en sevelameer kunnen waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Het is onwaarschijnlijk dat ze veel in de moedermelk terecht komen. Effecten op het kind worden daarom niet verwacht.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan.
    • - calciumacetaat
    • - ferrioxidesaccharaat
    • - lanthaancarbonaat
    • - magnesiumcarbonaat
    • - sevelameer

Achtergrondinformatie

Lanthaancarbonaat en sevelameer
Lanthaancarbonaat en sevelameer zijn fosfaatbindende middelen. Ze worden gebruikt bij de behandeling van hyperfosfatemie bij nierdialyse of ernstig nierlijden.

Het is onwaarschijnlijk dat lanthaancarbonaat en sevelameer in de moedermelk terecht komen. Ze worden niet (sevelameer) tot nauwelijks (lanthaancarbonaat) vanuit het maagdarmkanaal in het lichaam opgenomen. Van beide middelen zijn geen gegevens bekend over het gebruik tijdens de borstvoeding. Nadelige effecten voor de zuigeling zijn niet te verwachten.

Calciumacetaat/magnesiumcarbonaat
Calciumacetaat en magnesiumcarbonaat vormen een onoplosbaar complex met fosfaat in de darmen. De opname in het lichaam zal daardoor beperkt zijn. Gebruik van magnesiumzouten door de moeder verhoogt de hoeveelheid magnesium in de moedermelk slechts in geringe mate (1). Deze toename is waarschijnlijk niet klinisch relevant.

Ferrioxidesaccharaat
Ferrioxidesaccharaat wordt nauwelijks opgenomen vanuit het maagdarmkanaal. Nadelige effecten zijn daarom onwaarschijnlijk. Er is geen ervaring met dit middel tijdens de borstvoedingsperiode.

arrow icon
  • Cruikshank DP, Varner MW, Pitkin RM. Breast milk magnesium and calcium concentrations following magnesium sulfate treatment. American journal of obstetrics and gynecology. 1982-07-15;143(6):685-8

Laatst bijgewerkt op 01-09-2022


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.