Aa Lettergrootte
16
 
Monoklonale antilichamen bij chronische darmontsteking tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Infliximab, adalimumab,  certolizumab pegol en vedolizumab kunnen waarschijnlijk gebruikt worden tijdens de borstvoeding.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - adalimumab
    • - certolizumab pegol
    • - infliximab
    • - vedolizumab
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - golimumab
    • - ustekinumab

Monoklonale antilichamen en borstvoeding
Adalimumab, certolizumab pegol, golimumab, infliximab, ustekinumab en vedolizumab zijn monoklonale antilichamen. Dit zijn grote moleculen, die nauwelijks overgaan in de moedermelk. Bovendien worden deze grote moleculen waarschijnlijk in het maagdarmkanaal van de zuigeling geïnactiveerd. Systemische effecten bij de neonaat door blootstelling via de borstvoeding lijken onwaarschijnlijk.

Het is niet bekend of het gebruik van monoklonale antilichamen lange termijn effecten heeft bij de zuigeling.

Adalimumab
Tot nu toe zijn er in onderzoeken geen nadelige effecten van adalimumab gemeld bij gebruik tijdens de borstvoeding. In de literatuur is bij 24 moeders de overgang in de borstvoeding onderzocht. In 5 gevallen is adalimumab in een zeer lage concentratie aangetoond in moedermelk. In de andere gevallen was adalimumab niet detecteerbaar in de moedermelk. De ontwikkeling is gevolgd van ruim 100 kinderen die borstvoeding kregen tijdens adalimumab gebruik van de moeder. De kinderen ontwikkelden zich normaal en er waren geen meldingen van nadelige effecten of een toename van infecties bij een leeftijd van 6 mnd tot ruim 1 jaar.

Infliximab
Tot nu toe zijn er in onderzoeken geen nadelige effecten van infliximab gemeld bij gebruik tijdens de borstvoeding. Van infliximab zijn de meeste gegevens bekend. Bij ruim 40 moeders is onderzocht of infliximab overgaat in de borstvoeding. In ruim 60% van de gevallen werd infliximab in een lage concentratie aangetoond in moedermelk. In de andere gevallen was infliximab niet detecteerbaar in de moedermelk. Daarnaast zijn bijna 200 kinderen gevolgd waarbij de moeder infliximab gebruikte tijdens de borstvoeding. Deze kinderen hadden bij een leeftijd van 6 mnd tot 2.5  jaar een normale ontwikkeling en groei en er was geen toename in het aantal infecties.

Certolizumab
Tot nu toe zijn er in onderzoeken geen nadelige effecten van certolizumab gemeld bij gebruik tijdens de borstvoeding. Bij 36 moeders is onderzocht of certolizumab overgaat in de borstvoeding. In ruim 40% van de gevallen werd certolizumab in een lage concentratie aangetoond in moedermelk, In de andere gevallen was certolizumab niet detecteerbaar. Bij 50 kinderen is de ontwikkeling gevolgd tot een leeftijd van 4-20 maanden. De kinderen hadden een normale ontwikkeling en groei en er werd geen toename in het aantal infecties gezien.

Vedolizumab
Tot nu toe zijn er in onderzoeken geen nadelige effecten van vedolizumab gemeld bij gebruik tijdens de borstvoeding. In de literatuur is bij 10 moeders de overgang in de borstvoeding onderzocht.  In alle gevallen werd vedolizumab in een lage concentratie aangetoond in moedermelk. Bij 50 kinderen is de ontwikkeling gevolgd tot een leeftijd van 1 jaar. De kinderen hadden een normale ontwikkeling en groei en er werd geen toename in het aantal infecties gezien.

Golimumab en ustekinumab
Over het gebruik van golimumab en ustekinumab tijdens de borstvoeding zijn nauwelijks gegevens bekend.

Laatst bijgewerkt op 03-02-2020


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.