Aa Lettergrootte
16
 
Diverse maagdarmmiddelen tijdens de zwangerschap
Overzicht

Dimeticon en pancreatine kunnen gebruikt worden in de hele zwangerschap. Ursodeoxycholzuur kan in de tweede helft van de zwangerschap gebruikt worden.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - dimeticon
    • - pancreatine (pancreasenzymen: amylase/lipase/protease)
    • - ursodeoxycholzuur (2e en 3e trimester)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - ursodeoxycholzuur (1e trimester)

Dimeticon
Bij gasophoping of een opgeblazen gevoel kan dimeticon toegepast worden. Dimeticon wordt na orale toediening niet opgenomen uit het maagdarmkanaal.

Ursodeoxycholzuur
Het gebruik van ursodeoxycholzuur in het eerste trimester van de zwangerschap is niet onderzocht. Hierdoor is het niet mogelijk het risico in te schatten.

In de tweede helft van de zwangerschap kan ursodeoxycholzuur gebruikt worden voor de behandeling van intrahepatische cholestase. Het gebruik is redelijk goed bestudeerd. De onderzoeken laten geen nadelige effecten voor de foetus of pasgeborene zien. Bij de behandeling van intrahepatische cholestase in de tweede helft van de zwanger­schap lijkt ursodeoxycholzuur effectiever dan colestyramine. Sommige auteurs melden tevens een gunstig effect op de zwangerschapsuitkomst.

Laatst bijgewerkt op 13-05-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.