Aa Lettergrootte
16
 
Systemische corticosteroïden tijdens de zwangerschap
Overzicht

Corticosteroïden kunnen systemisch gebruikt worden tijdens de zwangerschap als dit nodig is. De voorkeur gaat uit naar prednison, prednisolon en hydrocorti­son.

Let op
Langdurig gebruik van hoge doseringen corticosteroïden kunnen de groei van het ongeboren kind vertragen en de afweer van de pasgeborene verminderen. Controle van de groei wordt aangeraden.

Risico indeling
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - betamethason
    • - cortison
    • - dexamethason
    • - fludrocortison
    • - hydrocortison
    • - methylprednisolon
    • - prednisolon
    • - prednison
    • - triamcinolon

Risico op aangeboren afwijkingen
Uit onderzoek komt geen duidelijk hoger risico op aangeboren afwijkingen naar voren. Bij proefdieren zijn corticosteroïden in hoge doses teratogeen. In proefdieren wordt een verhoogde kans op schisis (gespleten verhemelte) gezien. Bij de mens zijn de gegevens niet eenduidig. De meeste studies laten geen verhoogd risico zien, maar een gering toegenomen risico op schisis is niet uit te sluiten.

Het meeste onderzoek tijdens de zwangerschap is naar predniso(lo)n en betamethason.

Andere effecten op het (ongeboren) kind
Chronisch gebruik van hogere doseringen (prednisondoseringen van meer dan 10 mg per dag) leidt mogelijk tot intra-uteriene groeivertraging. Chronisch gebruik in het derde trimester kan neonatale bij-nierschorssuppressie veroorzaken. Kenmerken hiervan zijn neonatale hypoglykemie, hypotensie, elektrolytverstoringen en verstoring van de immuunrespons.

Voorkeursmiddelen
Predniso(lo)n en hydrocortison hebben de voorkeur in de zwangerschap, omdat ze maar beperkt bij de foetus kunnen komen. Ze worden grotendeels geïnactiveerd in de placenta. Voor betamethason en dexamethason geldt dit in veel mindere mate. De foetale serumcon­centraties zijn bij hydrocortison en prednisolon ongeveer 10% van de maternale con­centratie. Bij betamethason zijn de foetale serumconcentraties ongeveer 30% van de maternale concentratie, bij dexamethason bijna 100%.
Doseer hydrocortison en predniso(lo)n zo kort en zo laag mogelijk. Tegen een stootkuur met prednison of prednisolon is geen bezwaar.

Substitutietherapie
Bij acute en primaire of secundaire bijnierschorsinsufficiëntie zijn de natuurlijke corticosteroïden hydrocortison en cortison het meest geschikt. Substitutietherapie leidt waarschijnlijk niet tot neonatale bijnierschorssuppressie of intra-uteriene groeivertraging.

Fludrocortison heeft voornamelijk een mineralocorticoïde werking. Fludrocortison kan tijdens de zwangerschap gegeven worden als substitutietherapie.

Informatie over de cutane toepassing is te vinden op de pagina over corticosteroïden op de huid.
Informatie over de toepassing bij astma is te vinden op de pagina over corticosteroïden per inhalatie bij astma.
Informatie over de rectale toepassing is te vinden op de pagina over corticosteroïden bij chronische darmontsteking

Laatst bijgewerkt op 09-05-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.