Aa Lettergrootte
16
 
Lokale middelen bij ooginfecties tijdens de zwangerschap
Overzicht

De meeste oogdruppels en oogzalven kunnen gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Oogdruppels en –zalf bevatten slechts een kleine hoeveelheid van de werkzame stof. Ze komen (vrijwel) niet in het bloed terecht. Hierdoor komt zo weinig van de werkzame stof bij het kind dat nadelige effecten onwaarschijnlijk zijn.

Let op

  • Gebruik oogdruppels of oogzalf met chlooramfenicol niet aan het einde van de zwangerschap.
  • Gebruik oogdruppels met povidonjodium alleen kortdurend.
  • Door na het druppelen van het oog de traanbuis een tot drie minuten dicht te drukken, wordt de opname van het geneesmiddel in het lichaam verder verminderd. Hierdoor kan er nog minder bij het kind komen.
Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - aciclovir
    • - azitromycine
    • - chlooramfenicol (1e en 2e trimester)
    • - erytromycine
    • - framycetine
    • - fusidinezuur
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - ganciclovir
    • - gentamicine
    • - moxifloxacine
    • - neomycine
    • - ofloxacine
    • - oxytetracycline
    • - polymyxine b
    • - povidonjodium (kortdurend)
    • - tetracycline
    • - tobramycine
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - chlooramfenicol (vlak voor de bevalling)
    • - povidonjodium (langdurig)

De meeste oogdruppels en -zalven zijn niet of beperkt onderzocht tijdens de zwangerschap, maar kunnen gebruikt worden omdat maar een kleine hoeveelheid werkzame stof in het lichaam wordt opgenomen. In het algemeen gaat de voorkeur gaat uit naar de oudere of de veel voorgeschreven middelen. Raadpleeg bij twijfel eventueel ook de kennispagina over het betreffende middel bij systemisch gebruik.

Chlooramfenicol
Eerste trimester
Een Deense studie naar meer dan 6000 zwangerschappen waarbij in het eerste trimester een recept voor chlooramfenicol oogdruppels of –zalf aan de zwangere werd verstrekt, laat geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen zien. In een aantal andere studies met ruim 100 zwangerschappen met blootstelling aan systemisch chlooramfenicol werd eveneens geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen gezien.
Na het eerste trimester
Later in de zwangerschap zijn enkele honderden zwangerschappen beschreven met systemisch gebruik van chlooramfenicol zonder nadelige effecten voor het kind.
Vlak voor de bevalling
Bij systemisch gebruik van chlooramfenicol aan het einde van de zwangerschap zijn nadelige effecten bij het pasgeboren kind gemeld. De verschijnselen lijken op het Grey babysyndroom met een asgrijze huidskleur of cyanose, een gezwollen buik, hypothermie, lethargie, cardiovasculaire collaps en ademhalingsdepressie. Bij gebruik van oogdruppels of oogzalf zijn deze nadelige effecten onwaarschijnlijk en nog nooit gemeld.

Povidonjodium
Hoge doseringen jodium kunnen leiden tot hypothyreoïdie en een vergrote schildklier bij de foetus. Deze effecten kunnen vanaf de twaalfde week optreden. Vanaf dat moment neemt de foetale schildklier jodium op. Bij eenmalig of kortdurend gebruik van povidonjodium-oogdruppels is de opname in het lichaam zo klein dat een nadelig effect onwaarschijnlijk is. Langdurig gebruik wordt afgeraden.

Azitromycine en erytromycine
Systemisch gebruik van azitromycine en erytromycine laat geen eenduidig verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten zien. Na toediening van azitromycine in het oog zijn geen plasmaspiegels detecteerbaar.

Chinolonen
In dierproeven veroorzaken chinolonen zoals moxifloxacine en ofloxacine kraakbeenafwijkingen. Daarom wordt het gebruik van deze middelen tijdens de zwangerschap afgeraden. Bij de mens zijn deze effecten, die vanaf het tweede trimester kunnen optreden, nooit gezien. De blootstelling aan chinolonen in oogdruppels of oogzalf is zo laag, dat het gebruik waarschijnlijk veilig is.

Tetracyclinen
Systemisch gebruik van tetracyclinen zoals oxytetracycline en tetracycline in de tweede helft van de zwangerschap kan verkleuring van de tanden en een vertraagde osteogenese veroorzaken. De blootstelling via oogdruppels of oogzalf is waarschijnlijk niet klinisch relevant.

Aminoglycosiden
Aminoglycosiden zoals framycetine, gentamicine, neomycine en tobramycine kunnen in hoge, systemische doseringen schade veroorzaken aan de oren en nieren. Bij lokale toediening van aminoglycosiden, zoals in het oog, is de absorptie minimaal. De systemische belasting wordt bij deze toe­dieningswegen te laag geacht om effecten bij de foetus te kunnen veroorzaken.


  • Thomseth V, Cejvanovic V, Jimenez-Solem E. Exposure to topical chloramphenicol during pregnancy and the risk of congenital malformations: a Danish nationwide cohort study Acta ophthalmologica. 2015-11-01;93(7):651-3

Laatst bijgewerkt op 07-12-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.