Lokale middelen bij ooginfecties tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

De meeste oogdruppels of oogzalven kunnen gebruikt worden tijdens de borstvoeding. Bij het gebruik van oogdruppels of oogzalf wordt maar een klein deel van het geneesmiddel in het lichaam opgenomen. Hierdoor komt zo weinig van de werkzame stof bij het kind dat nadelige effecten niet waarschijnlijk zijn. Het gebruik van oogdruppels met chlooramfenicol is tijdens de borstvoeding af te raden. Chlooramfenicol heeft mogelijk nadelige effecten op de zuigeling.

Let op

  • Houd voor tetracycline en oxytetracycline een maximale gebruiksduur van één tot twee weken aan.
  • Gebruik oogdruppels met povidonjodium alleen kortdurend.
  • Door na het druppelen van het oog de traanbuis één tot drie minuten dicht te drukken, wordt de opname van het geneesmiddel in het lichaam verminderd.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - aciclovir
    • - azitromycine
    • - erytromycine
    • - fusidinezuur
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - framycetine
    • - gentamicine
    • - ganciclovir
    • - gramicidine
    • - moxifloxacine
    • - neomycine
    • - ofloxacine
    • - oxytetracycline (kortdurend)
    • - polymyxine b
    • - povidonjodium (kortdurend)
    • - tetracycline (kortdurend)
    • - tobramycine
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - chlooramfenicol
  • Risico Het is niet veilig om dit geneesmiddel te gebruiken in de borstvoedingsperiode. Kies zo mogelijk voor een veiliger middel. Als dat niet mogelijk is, ga dan over op flesvoeding.
    • - povidonjodium (langdurig)

Bij het gebruik van oogdruppels kan de werkzame stof via het traanvocht in het lichaam van de moeder terecht komen. Dit is een heel kleine hoeveelheid, waardoor ook de overgang naar de moedermelk beperkt is. De meeste oogdruppels kunnen tijdens het geven van borstvoeding worden gebruikt, ook al is meestal niet bekend hoeveel van het geneesmiddel precies in de moedermelk terecht komt. In het algemeen gaat de voorkeur gaat uit naar de oudere of de veel voorgeschreven middelen. Raadpleeg bij twijfel eventueel de informatie bij de systemische toepassing.

Chlooramfenicol
Chlooramfenicol gaat over in de moedermelk. Bij systemisch gebruik van chlooramfe­nicol door de moeder aan het eind van de zwangerschap zijn nadelige effec­ten voor zuigelingen gemeld, zoals braken, gasvorming in de darmen, weigeren van de borst en in slaap vallen tijdens de voeding. Bij gebruik van chlooramfenicol bij kinderen zijn beenmerg­depressie en het Grey babysyndroom (asgrijze huidskleur/cyanose, gezwollen buik, hypothermie, lethargie, cardiovasculaire collaps en ademhalingsdepressie) beschreven. Er is geen onderzoek bekend met gebruik van oogdruppels tijdens de borstvoeding. Het lijkt niet waarschijnlijk dat deze effecten optreden na blootstelling via de moedermelk bij gebruik van oogdruppels. Maar vanwege de mogelijke ernstige bijwerkingen is het beter chlooramfenicol niet te gebruiken tijdens de borstvoeding.

Povidonjodium
Jodium uit povidonjodium oogdruppels kan via het slijmvlies van de traanwegen en de neuskeelholte in de bloedbaan worden opgenomen. Jodium gaat gemakkelijk vanuit het bloed over in de moedermelk en kan daar stapelen. Jodium in de moedermelk kan de schildklierfunctie van de zuigeling nadelig beïnvloeden. Dit is ook na gebruik op de huid beschreven in enkele case reports. Bij kortdurend gebruik van de oogdruppels lijkt het risico minimaal, zeker als de traanbuis enkele minuten wordt dichtgedrukt.

Ofloxacine en moxifloxacine
De ervaring met ofloxacine tijdens de borstvoeding is zeer beperkt. Er zijn geen gegevens over het gebruik van moxifloxacine tijdens de borstvoeding. Systemisch gebruik van chinolonen tijdens de borstvoeding wordt afgeraden, omdat chinolonen in dierproeven kraakbeenafwijkingen kunnen geven bij jonge dieren. Ofloxacine gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Het is onwaarschijnlijk dat deze hoeveelhe­den tot effecten bij de zuigeling kunnen leiden, zeker bij gebruik van oogdruppels.

Tetracyclinen
Tetracyclinen kunnen bij directe toepassing aan kinderen het gebit en de botten aantasten. Het is onwaarschijnlijk dat de minimale hoeveelheden tetracyclinen in de borstvoeding bij een korte kuur en bij toepassing per oogdruppel het gebit en de botten van de zuigeling kunnen aantasten. Tetracyclinen gaan in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. In het bloed van de zuigeling zijn tetracyclinen niet aangetoond na blootstelling via de borstvoeding.

Aminoglycosiden
De aminoglycosiden framycetine, gentamicine, gramicidine, neomycine en tobramycine gaan in beperkte hoeveelheden over in de moedermelk. Deze antibiotica worden bij de zuigeling nauwelijks opgenomen vanuit het maagdarmkanaal. Bij prematuren kan wel opname van aminoglycosiden vanuit het maagdarmkanaal plaatsvinden. Omdat aminoglycosiden bij jonge zui­gelingen langzamer worden geëlimineerd, kan in theorie stapeling optreden. In de eerste weken van de lactatieperiode moet bij prematuren het systemisch gebruik van aminoglycosiden worden beperkt. Bij oogdruppels is de blootstelling via de moedermelk waar­schijnlijk verwaarloosbaar klein.

Ganciclovir
Over het gebruik van ganciclovir oogdruppels tijdens de borstvoedingsperiode zijn geen gegevens beschikbaar. De opname in het lichaam is waarschijnlijk heel klein.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.