H2 receptorantagonisten bij maagklachten tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Famotidine, nizaditine en ranitidine kunnen worden gebruikt tijdens de periode van borstvoeding. Kortdurend gebruik van cimetidine is waarschijnlijk ook veilig, maar de voorkeur gaat uit naar één van de andere middelen uit deze groep.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - famotidine
    • - nizatidine
    • - ranitidine
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - cimetidine
arrow icon

Famotidine en nizatidine
Famotidine en nizatidine gaan in kleine hoeveelheden over in de moedermelk.

Ranitidine
Ranitidine gaat in grotere hoeveelheden over in de moedermelk en lijkt te stapelen. Toch is het is  niet waarschijnlijk dat deze hoeveelheid klinische effecten zal veroorzaken. Ranitidine wordt regelmatig aan neonaten zelf gegeven en wordt goed verdragen. De hoeveelheid ranitidine die een zui­geling binnenkrijgt via borstvoeding is veel kleiner dan de therapeutische dosis voor neonaten.

Cimetidine
Cimetidine gaat in aanzienlijke hoeveelheden over in de moedermelk. Het lijkt te stape­len in de borstvoeding. Nadelige effecten op de zuigeling zijn tot nu toe niet gemeld. Hoewel kortdurend gebruik waarschijnlijk geen probleem zal zijn, hebben andere H2 receptorantagonisten de voorkeur boven cimetidine.

Effecten op zuigeling
In theorie kan het gebruik van H2 receptorantagonisten door de moeder leiden tot bijwerkingen bij de zuigeling, zoals verandering van de zuurgraad in de maag, effecten op het centraal zenuwstelsel en bij cimetidine ook remming van bepaalde leverenzymen. Deze verschijnselen zijn echter nog nooit beschreven.

Laatst bijgewerkt op 26-08-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.