Middelen bij profylaxe van migraine tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Amitriptyline, propranolol en metoprolol kunnen tijdens de borstvoeding worden gebruikt.
Gebruik van clonidine en flunarizine tijdens de borstvoeding wordt afgeraden.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - amitriptyline
    • - metoprolol
    • - propranolol
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - clonidine
    • - flunarizine
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - methysergide
    • - pizotifeen
    • - topiramaat

Clonidine gaat over in de moedermelk. De dosering van clonidine bij migraineprofylaxe is meestal zo laag, dat nadelige effecten op de zuigeling niet waarschijnlijk zijn. Bij één zuigeling is hypotonie (verminderde spierspanning) en somnolentie (slaperigheid) gezien na maternaal gebruik van 0,15mg clonidine per dag voor hyper­tensie in de zwangerschap en aansluitend tijdens de borstvoeding. Clonidine kan ook een nadelig effect op de melkproductie hebben door verlaging van de prolactinespiegels, vooral direct postpartum.

Er is geen informatie over gebruik van flunarizine tijdens de borstvoeding. Flunarizine heeft een sederend effect. Het heeft een lange halfwaardetijd van ongeveer 19 dagen en kan mogelijk gaan stapelen bij de neonaat.

Metoprolol en propranolol gaan slechts in kleine hoeveelheden in de moedermelk over. Wees voor alle zekerheid alert op symptomen als sufheid, futloosheid, bleekheid en slecht drinken bij de zuigeling. Voor meer informatie over metoprolol of propranolol, zie Bèta-blokkers tijdens de borstvoedingsperiode.

Er is geen informatie over gebruik van methysergide tijdens de borstvoeding. Methysergide is een ergotalkaloïde. Langdurig gebruik kan in theorie een nadelig effect op de hoeveelheid borstvoeding hebben.

Pizotifeen gaat over in de moedermelk. Het is niet bekend of de zuigeling hiervan nadelige gevolgen ondervindt.

Zeer beperkte gegevens over het gebruik van topiramaat tijdens de borstvoeding laten geen nadelige effecten zien. Eenmaal is diarree gezien bij een zes weken oude zuigeling, mogelijk als gevolg van het gebruik van topiramaat door de moeder.

 

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.