Omeprazol en andere protonpompremmers bij maagklachten tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

(Es)omeprazol en pantoprazol kunnen waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Over het gebruik van lansoprazol en rabeprazol tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens beschikbaar. Hierdoor kan er geen uitspraak gedaan worden over de mogelijke risico’s.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - esomeprazol
    • - omeprazol
    • - pantoprazol
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - lansoprazol
    • - rabeprazol

Omeprazol
Omeprazol gaat nauwelijks over in de moedermelk. Effecten op de zuigeling worden niet verwacht. Er is slechts één casusbeschrijving verschenen. In de casus van omeprazol was dit middel pas 90 minuten na inname aantoonbaar in de moedermelk, met een lage piek na 3 uur. (1) Bovendien zijn protonpompremmers instabiel in zuur milieu zoals de maag. Deze middelen worden in de maag van de zuigeling waarschijnlijk snel afgebroken. Omeprazol wordt bovendien aan neonaten zelf gegeven en wordt dan goed verdragen. De hoeveelheid omeprazol die een zuigeling binnenkrijgt via borstvoeding is veel kleiner dan de therapeutische dosis die aan neonaten en kinderen wordt gegeven.

Pantoprazol
Pantoprazol gaat nauwelijks over in de moedermelk. Effecten op de zuigeling worden niet verwacht. In een casusbeschrijving was pantoprazol twee en vier uur na inname in de moedermelk aantoonbaar in een lage concentratie (2). In een studie met 12 moeders was de concentratie pantoprazol in de borstvoeding veel lager dan in het plasma van de moeder. Slechts in 22% van de melkmonsters was pantoprazol aantoonbaar (3). Bovendien zijn protonpompremmers instabiel in zuur milieu zoals de maag. Deze middelen worden in de maag van de zuigeling waarschijnlijk snel afgebroken.

Esomeprazol
Esomeprazol gaat nauwelijks over in de moedermelk. Effecten op de zuigeling worden niet verwacht. Er is slechts één casusbeschrijving verschenen. Tien uur na inname was esomeprazol niet meer meetbaar in de borstvoeding (4). Bovendien zijn protonpompremmers instabiel in zuur milieu zoals de maag. Deze middelen worden in de maag van de zuigeling waarschijnlijk snel afgebroken.

Overige protonpompremmers
Voor de overige protonpompremmers is  niet onderzocht of ze overgaan in de borstvoeding. Ook voor deze protonpompremmers geldt dat ze instabiel zijn in zuur milieu, zoals de maag. Het geneesmiddel dat in de moedermelk overgaat, zal in de maag van de zuigeling waarschijnlijk snel worden afgebroken.

 


  • Marshall JK, Thompson AB, Armstrong D. Omeprazole for refractory gastroesophageal reflux disease during pregnancy and lactation. Canadian journal of gastroenterology = Journal canadien de gastroenterologie. 1998-04-01;12(3):225-7
  • Plante L, Ferron GM, Unruh M. Excretion of pantoprazole in human breast. The Journal of reproductive medicine. 2004-10-01;49(10):825-7
  • Bor S, Karacaoglu S, Ergun P. The levels of pantoprazole in human breast milk and plasma: Two compartment model. Neurogastroenterol Motil. 2017-08-13;29(S2):79-80
  • Saito J, et al. Esomeprazole During Pregnancy and Lactation: Esomeprazole Levels in Maternal Serum, Cord Blood, Breast Milk, and the Infant's Serum. Breastfeeding medicine : the official journal of the Academy of Breastfeeding Medicine. 2020-09-01;15(9):598-601

Laatst bijgewerkt op 24-11-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.