DPP4-remmers bij diabetes tijdens de zwangerschap

Overzicht

Over het gebruik van deze bloedsuikerverlagende middelen tijdens de zwangerschap zijn geen gegevens bekend. Het gebruik van deze middelen tijdens de zwangerschap wordt afgeraden.

Risico indeling

  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - linagliptine
    • - saxagliptine
    • - sitagliptine
    • - vildagliptine

Achtergrondinformatie
Vrouwen met diabetes mellitus type I of II hebben een verhoogd risico op het krijgen van kinderen met aangeboren afwijkingen. Het risico hangt samen met de regulatie van de bloedsuikerspiegel. Hoe beter de bloedsuikerspiegel onder controle is, hoe lager het risico. Vrouwen met diabetes mellitus type I en II moeten bij voorkeur al vóór de zwanger­schap goed worden ingesteld op insuline.

Het risico op zwangerschapscomplicaties, zoals hypertensie, pre-eclampsie, vroeggeboorte en op neonatale problemen, zoals macrosomie, hypoglykemie, hyperbilirubinemie, hypocalciëmie en polycytemie, is ook verhoogd.

Laatst bijgewerkt op 12-11-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.