Lokale antibacteriële en antivirale middelen op de huid tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Aciclovir en fusidinezuur kunnen veilig op de huid worden aangebracht tijdens de borstvoeding.
Het gebruik van zilversulfadiazine, penciclovir, mupirocine is waarschijnlijk ook veilig tijdens de borstvoedingsperiode, evenals kortdurend gebruik van oxytetracycline en tetracycline.

Let op
Maak het gebied rond de tepel vóór het voeden schoon, als de crème of zalf op de borst wordt aangebracht.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - aciclovir
    • - fusidinezuur
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - mupirocine
    • - oxytetracycline (kortdurend)
    • - penciclovir
    • - tetracycline (kortdurend)
    • - zilversulfadiazine
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - oxytetracycline (langdurig)
    • - tetracycline (langdurig)

Geneesmiddelopname via de huid
Bij middelen die op de huid worden gesmeerd, vindt normaal gesproken weinig systemische opname plaats. Bij uitgebreid gebruik, zoals langdurig gebruik, grote hoeveelheden, op grote huidoppervlakken of op beschadigde huid, neemt de hoeveelheid opgenomen geneesmiddel toe. Lees in dat geval de informatie over de systemische toepassing van het betreffende middel. Wanneer de borst wordt behandeld, moet het gebied rond de tepel vóór het voeden worden schoongemaakt.

Aciclovir en penciclovir
Metingen na oraal gebruik laten zien dat aciclovir slechts in zeer kleine hoeveelheden overgaat in de moedermelk. De opname van aciclovir door de huid is beperkt. Aciclovir kan lokaal worden gebruikt voor de behandeling van een koortslip.
Penciclovir wordt nauwelijks opgenomen via de huid. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een klinisch relevante  hoeveelheid bij de zuigeling terecht komt. Aciclovir heeft bij een koortslip tijdens de borstvoeding de voorkeur boven penciclovir, omdat naar aciclovir meer onderzoek is gedaan.

Fusidinezuur
Fusidinezuur wordt nauwelijks door de huid opgenomen. Het middel is al lang op de markt zonder aanwijzingen voor nadelige effecten. Naar het gebruik van dit middel tijdens de borstvoeding is geen onderzoek gedaan.

Mupirocine
Mupirocine wordt nauwelijks opgenomen via de huid. Over gebruik tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend.

Zilversulfadiazine
Zilversulfadiazine gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Bij gebruik op relatief kleine huidopper­vlakten is het onwaarschijnlijk dat er bij de zuigeling een kli­nisch relevante hoeveelheid terechtkomt.

Tetracyclines
Bij gebruik van tetracyclines op de huid gedurende maximaal drie weken kan de borstvoeding wor­den voortgezet. De opname door de huid is gering. Langdurig, systemisch gebruik van tetra­cyclines tijdens de borstvoeding wordt afgeraden. Dit kan in theorie leiden tot aantasting van het gebit en botten van de zuigeling. Bij langdurige toepassing op de huid zijn deze effecten echter onwaarschijnlijk.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.