Amfetaminen bij ADHD tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Methylfenidaat gaat weinig over in de borstvoeding. Dexamfetamine gaat meer over in de borstvoeding. Er zijn geen nadelige effecten bij de zuigeling gezien na gebruik als geneesmiddel door de moeder. Omdat er weinig onderzoek beschikbaar is, is het moeilijk in te schatten of deze middelen gecombineerd kunnen worden met de borstvoeding.

Let op
Controleer de zuigeling op rusteloosheid, slapeloosheid, verminderde eetlust en een verminderde groei.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - dexamfetamine
    • - methylfenidaat

Methylfenidaat
Er is weinig onderzoek gedaan naar het gebruik van methylfenidaat tijdens de borstvoeding. In een aantal case-reports bij oudere zuigelingen was methylfenidaat in kleine hoeveelheden meetbaar in de moedermelk. De relatieve kinddosis (RID) was laag, tussen de 0.2% en 0.7%. Er zijn geen nadelige effecten gezien bij de kinderen. Omdat er nog maar weinig ervaring is, moet het gebruik tijdens de borstvoeding afgewogen worden, zeker bij jonge zuigelingen. Moge­lijke nadelige effecten voor de zuigeling kunnen zijn agitatie, geïrriteerdheid en een verminderde groei.

Dexamfetamine
Er is weinig onderzoek gedaan naar het therapeutisch gebruik van dexamfetamine tijdens de borstvoeding. Een studie naar het gebruik van dexamfetamine tijdens de borstvoeding laat geen nadelige effecten zien. De kinderen in de studie waren al wat ouder, ruim drie tot tien maanden. De relatieve kinddosis (RID) varieerde aanzienlijk en was soms hoger dan 10%. Twee case reports melden een RID van 2.5 tot 7%. Ook bij deze kinderen zijn geen nadelige effecten gezien. De hoeveelheid dexamfetamine die in de moedermelk komt, lijkt beperkt bij therapeutische doseringen in deze onderzoeken. Omdat er nog maar weinig ervaring is, is het beter terughoudend te zijn met het geven van borstvoeding, zeker bij jonge zuigelingen. Mogelijke nadelige effecten voor de zuigeling kunnen zijn agitatie, slapeloosheid, verminderde eetlust en een verminderde groei.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.