Bisfosfonaten tijdens de zwangerschap

Overzicht

Naar het gebruik van bisfosfonaten in de zwangerschap is weinig onderzoek gedaan. Deze middelen hebben mogelijke nadelige effecten op het ongeboren kind. Gebruik bisfosfonaten niet voor of tijdens de zwangerschap.

Risico indeling

  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - alendroninezuur
    • - clodroninezuur
    • - ibandroninezuur
    • - pamidroninezuur
    • - risedroninezuur
    • - zoledroninezuur

Op grond van de farmacologische werking van bisfosfonaten zijn schadelijke effecten bij de foetus mogelijk. Dierstudies tonen aan dat deze middelen de placenta passeren, stapelen in het foetale skelet en de botgroei en het foetale gewicht verminderen.

De humane ervaring met bisfosfonaten tijdens de zwangerschap is zeer beperkt. Case reports en case-series beschrijven meer dan 100 zwangerschappen. De meeste ervaring is met alendroninezuur. Bisfosfonaten blijven jarenlang aanwezig in het botweefsel. Tijdens de zwangerschap komt een deel van de aan het bot gebonden bisfosfonaten weer vrij in de bloedsomloop. De middelen kunnen daardoor alsnog bij de foetus terecht komen.

Laatst bijgewerkt op 06-02-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.