Bètablokkers tijdens de zwangerschap

Overzicht

Er zijn geen aanwijzingen voor een hoger risico op aangeboren afwijkingen met bètablokkers. Ze kunnen mogelijk de groei van het ongeboren kind remmen. Labetalol en metoprolol hebben de voorkeur in de zwangerschap.

Let op
Bij gebruik van betablokkers in het laatste deel van de zwangerschap of tijdens de bevalling kunnen bij het ongeboren kind of de pasgeborene verschijnselen optreden van lage bloedsuiker, lage hartslag, lage bloeddruk, sufheid en ademhalingsproblemen.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - atenolol (eerste en tweede trimester)
    • - labetalol (eerste en tweede trimester)
    • - metoprolol (eerste en tweede trimester)
    • - propranolol (eerste en tweede trimester)
  • Mogelijk risico tooltip icon Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - atenolol (derde trimester)
    • - labetalol (derde trimester)
    • - metoprolol (derde trimester)
    • - propranolol (derde trimester)
    • - bisoprolol (derde trimester)
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - acebutolol
    • - carvedilol
    • - celiprolol
    • - esmolol
    • - landiolol
    • - nebivolol
    • - pindolol
    • - sotalol
    • - bisoprolol (eerste en tweede trimester)
arrow icon

Gebruik eerste trimester
Labetalol behoort tot de voorkeursmedicatie bij hypertensie in de zwangerschap. Onderzoek naar bètablokkers in de zwangerschap laten tot nu toe geen hoger risico op aangeboren afwijkingen in het algemeen zien. Enkele studies suggereren een verhoogd risico op specifieke afwijkingen waaronder hartafwijkingen, schisis en neuraalbuisdefecten. Dit wordt echter in andere studies niet bevestigd. Bovendien wordt vermoed dat het onderliggende ziektebeeld mogelijk verantwoordelijk is. De meeste ervaring tijdens de zwangerschap is opgedaan met labetalol, gevolgd door atenolol, metoprolol en propranolol. Met de overige bètablokkers is weinig tot geen ervaring in de zwangerschap.

Gebruik derde trimester
Na toepassing in het laatste deel van de zwangerschap en tijdens de bevalling kunnen bètablokkers farmacologische effecten hebben bij de foetus of de pasgebo­rene. De farmacologische effecten bestaan onder andere uit hypoglykemie, hypotensie, bradycardie, sedatie en ademhalingsproblemen.

Risico groeivertraging
Langdurig gebruik van atenolol leidt mogelijk tot groeivertraging. Wees terughoudend met het gebruik van deze bètablokker. Ook bisoprolol, labetalol, metoprolol en propranolol zijn in verband gebracht met groeivertraging. Met de andere bètablokkers is nauwelijks ervaring opgedaan tijdens de zwangerschap. Het is niet bekend of deze middelen een nadelig effect op de foetale groei hebben.

Bisoprolol
Een studie waarin 339 vrouwen bisoprolol gebruikten in het eerste trimester laat geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of spontane abortus zien.

Overige bètablokkers
Met het gebruik van acebutolol, carvedilol, celiprolol, esmolol, landiolol, nebivolol, pindolol en sotalol is te weinig ervaring op gedaan voor een goede risico inschatting.

arrow icon
  • Wu Y, Yao JW, Xu LJ. Risk of congenital malformations in offspring of women using beta-blockers during early pregnancy: An updated meta-analysis of observational studies. British journal of clinical pharmacology. 2021-03-01;87(3):806-815
  • Yakoob MY, et al. The risk of congenital malformations associated with exposure to beta-blockers early in pregnancy: a meta-analysis. Hypertension (Dallas, Tex. : 1979). 2013-08-01;62(2):375-81
  • Bateman BT, et al. Beta-Blocker Use in Pregnancy and the Risk for Congenital Malformations: An International Cohort Study. Annals of internal medicine. 2018-11-20;169(10):665-673
  • Hoeltzenbein M, et al. Pregnancy outcome after first trimester exposure to bisoprolol: an observational cohort study. Journal of hypertension. 2018-10-01;36(10):2109-2117
  • Duan L, et al. Beta-Blocker Exposure in Pregnancy and Risk of Fetal Cardiac Anomalies. JAMA internal medicine. 2017-06-01;177(6):885-887
  • Bergman JEH, et al. Beta-Blocker Use in Pregnancy and Risk of Specific Congenital Anomalies: A European Case-Malformed Control Study. Drug safety. 2018-04-01;41(4):415-427
  • Kayser A, et al. Neonatal effects of intrauterine metoprolol/bisoprolol exposure during the second and third trimester: a cohort study with two comparison groups. Journal of hypertension. 2020-02-01;38(2):354-361
  • Duan L, Ng A, Chen W. Beta-blocker subtypes and risk of low birth weight in newborns. Journal of clinical hypertension (Greenwich, Conn.). 2018-11-01;20(11):1603-1609
  • Mazkereth R, Maayan-Metzger A, Leibovitch L. Short-Term Neonatal Outcome among Term Infants after In-Utero Exposure to Beta Blockers. The Israel Medical Association journal : IMAJ. 2019-11-01;21(11):724-727

Laatst bijgewerkt op 02-12-2020


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.