Diverse psychostimulantia tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Het is onbekend of psychostimulantia veilig gebruikt kunnen worden tijdens de borstvoedingsperiode. Met het gebruik van atomoxetine, modafinil en natriumoxybaat tij­dens de borstvoeding is beperkte ervaring opgedaan. Met het gebruik van pitolisant is geen ervaring.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - atomoxetine
    • - modafinil
    • - natriumoxybaat (hydroxyboterzuur)
    • - pitolisant

Atomoxetine
Er is geen gepubliceerde ervaring met het gebruik van atomoxetine tijdens de borstvoedingsperiode. Geen negatieve effecten werden gezien in 2 cases gerapporteerd bij de fabrikant. De halfwaardetijd van atomoxetine kan erg verschillen tussen individuen, van 5 uur in normale ‘’metabolizers’’ tot wel 22 uur in langzame ‘’metabolizers’’.

Modafinil
De ervaring met het gebruik van modafinil is heel beperkt.  In eén case report werd een relatieve kinddosis van 5.3% berekend.

Natriumoxybaat
Natriumoxybaat is het natriumzout van gammahydroxyboterzuur (GHB). Er zijn twee cases waarbij natriumoxybaat gebruikt werd voor narcolepsie door de moeder tijdens de borstvoedingsperiode. In beide cases werden geen negatieve effecten op de zuigeling gemeld. In één van deze cases werd het kind niet gevoed binnen 4 uur na een dosis natriumoxybaat. Sommige bronnen suggereren dat het verstandig is om 4 tot 6 uur na de tweede dosis (bij een dosis regime van 2 doses per nacht) te wachten met het geven van borstvoeding. Wees alert op sufheid bij het kind bij gebruik van natriumoxybaat tijdens de borstvoeding. Er is geen informatie over het gebruik van GHB als drug tijdens de borstvoedingsperiode.

Pitolisant
Er is geen ervaring met het gebruik van pitolisant tijdens de borstvoedingsperiode.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.