Aa Lettergrootte
16
 
Heparines tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Heparine en de laagmoleculairgewicht heparinen kunnen veilig tijdens de borstvoedingsperiode worden gebruikt. Deze middelen komen niet of nauwelijks in de moedermelk terecht.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - dalteparine
    • - enoxaparine
    • - heparine
    • - nadroparine
    • - tinzaparine
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - danaparoïde
    • - fondaparinux

Heparine en de laagmoleculairgewicht heparinen zijn grote moleculen en gaan daardoor niet of nauwelijks over in de moedermelk. Als heparine of laagmoleculairgewicht heparinen toch in de moedermelk terecht zouden komen, dan zijn effecten bij de zuigeling niet waarschijnlijk. Deze middelen worden in het maagdarmkanaal van de zuigeling geïnactiveerd. In studies met dalteparine is weinig tot niets in de moedermelk aangetroffen. Een studie met enoxaparine laat geen effect zien op de bloedstolling van het kind.

Over het gebruik van danaparoïde en fondaparinux tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend. Gezien de molecuulgrootte is overgang in de moedermelk onwaarschijnlijk. Ook deze middelen worden bovendien in het maagdarmkanaal van de zuigeling geïnactiveerd. Nadelige effecten bij de zuigeling zijn onwaarschijnlijk.

Laatst bijgewerkt op 18-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.