Aa Lettergrootte
16
 
Diverse antistollingsmiddelen tijdens de zwangerschap
Overzicht

Van de antistollingsmiddelen (anticoagulantia) in onderstaande tabel zijn weinig tot geen gegevens bekend over het gebruik tijdens de zwangerschap. Theoretische risico’s (zoals het ontstaan van bloedingen bij de zwangere of bij het ongeboren of pasgeboren kind) moeten worden afgewogen tegen de mogelijke risico’s van de onderliggende ziekte voor de zwangere en de zwangerschap.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - antitrombine iii
    • - apixaban
    • - argatroban
    • - bivalirudine
    • - dabigatran
    • - edoxaban
    • - rivaroxaban

Antitrombine III
De gedocumenteerde humane ervaring is zeer beperkt in het eerste trimester (enkele case reports/series). In het tweede en derde trimester zijn kleine trials verricht (met in totaal 81 zwangerschappen). Tot nu toe zijn er geen nadelige effecten bekend, ook niet uit dierstudies. Het is een groot molecuul, waarschijnlijk vindt er geen passieve diffusie over de placenta plaats. Antitrombine III wordt bereid uit humaan plasma, daardoor bestaat een theoretisch risico van overdracht van parvovirus B19, dat ernstige infecties kan veroorzaken bij de foetus. Onbehandelde antitrombine III-deficiëntie is tijdens de zwangerschap geassocieerd met een fors risico op trombo-embolische complicaties en zwangerschapscomplicaties.

Apixaban
Er zijn 12 gedocumenteerde zwangerschappen met blootstelling aan apixaban waarvan de afloop bekend is: 5 levendgeborenen, 4 miskramen en 3 zwangerschapsafbrekingen (reden onbekend). Er zijn geen foetale bloedingen gerapporteerd.

Argatroban
Er zijn slechts 4 gedocumenteerde zwangerschappen in de literatuur, waarvan 1 met blootstelling in het eerste trimester. Er zijn geen nadelige effecten waargenomen (in het bijzonder geen bloedingen). Dit geneesmiddel bevat alcohol: bij de maximale dosis en een lichaamsgewicht van 70 kg krijgt de patiënt ongeveer 4 gram alcohol per dag binnen. Dit komt overeen met ongeveer 100 ml bier per dag.

Bivalirudine
Er is geen gedocumenteerde humane ervaring opgedaan met bivalirudine tijdens de zwangerschap.

Dabigatran
Er zijn 12 gedocumenteerde zwangerschappen met blootstelling aan dabigatran waarvan de afloop bekend is: 3 levendgeborenen, 2 miskramen en 7 zwangerschapsafbrekingen (reden onbekend). Er zijn geen foetale bloedingen gerapporteerd. Het is mogelijk dat de klaring van dabigatran tijdens de zwangerschap wordt versneld door de fysiologische toename van de glomerulaire filtratiesnelheid.

Edoxaban
Er zijn 11 gedocumenteerde zwangerschappen met blootstelling aan edoxaban waarvan de afloop bekend is: 7 levendgeborenen, 1 miskraam en 3 zwangerschapsafbrekingen (reden onbekend). Er zijn geen foetale bloedingen gerapporteerd.

Rivaroxaban
Er zijn 103 gedocumenteerde zwangerschappen met blootstelling aan rivaroxaban waarvan de afloop bekend is: 53 levendgeborenen, 24 miskramen, en 26 zwangerschapsafbrekingen (reden onbekend). Het grootste deel van de zwangeren is in de eerste of tweede maand gestopt met de behandeling. Er zijn geen foetale bloedingen gerapporteerd. Er is geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen waargenomen, en ook geen specifiek patroon van afwijkingen vastgesteld.

Laatst bijgewerkt op 16-08-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.