Aa Lettergrootte
16
 
Haemostatica tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Fytomenadion komt in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht. Waarschijnlijk is de opname in het maagdarmkanaal van de zuigeling minimaal.

Er is nog weinig bekend over het gebruik van tranexaminezuur bij het geven van borstvoeding aan pasgeborenen. Bij een eenmalige toediening kort na de bevalling is de blootstelling beperkt, omdat de zuigeling op de eerste dag slechts een kleine hoeveelheid moedermelk drinkt.

Over het gebruik van eltrombopag, protamine en romiplostim tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - fytomenadion (vitamine k1)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - eltrombopag
    • - protamine
    • - romiplostim
    • - tranexaminezuur

De darmflora van pasgeborenen is pas na drie maanden in staat om voldoende vitamine K aan te maken. Borstvoeding bevat maar heel weinig vitamine K. Daarom hebben zuigelingen die borstvoeding krijgen de eerste drie maanden extra vitamine K nodig. Het gebruik van fytomenadion (vitamine K1) door de moeder maakt hierbij geen verschil.

Er gaat slechts een kleine hoeveelheid tranexaminezuur over in de moedermelk. In een studie met 21 blootgestelde zuigelingen met een gemiddelde leeftijd van 4 maanden (leeftijdsverdeling onbekend) werden geen significante verschillen gevonden ten opzichte van een controlegroep op het gebied van mogelijke bijwerkingen, neurologische ontwikkeling of de algemene gezondheid. In een andere studie werd tranexaminezuur toegepast bij ruim 10.000 vrouwen met hemorrhagia postpartum. Hoeveel van deze vrouwen borstvoeding hebben gegeven is helaas onbekend. Er waren geen verschillen ten opzichte van de placebo-groep (ook ruim 10.000 vrouwen) qua sterfte en trombo-embolische events bij de kinderen die borstvoeding kregen.

Laatst bijgewerkt op 11-12-2018


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.