Haemostatica tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Fytomenadion komt in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht.

Er is nog weinig bekend over het gebruik van tranexaminezuur bij het geven van borstvoeding aan pasgeborenen. Bij een eenmalige toediening kort na de bevalling is de blootstelling beperkt, omdat de zuigeling op de eerste dag slechts een kleine hoeveelheid moedermelk drinkt.

Over het gebruik van eltrombopag en romiplostim tijdens de borstvoeding is weinig tot niets bekend.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - fytomenadion (vitamine k1)
  • Risico onbekend tooltip icon Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - eltrombopag
    • - romiplostim
    • - tranexaminezuur
arrow icon

Vitamine K voor pasgeborene
De darmflora van pasgeborenen is pas na drie maanden in staat om voldoende vitamine K aan te maken. Borstvoeding bevat van nature maar weinig vitamine K. Daarom hebben zuigelingen die borstvoeding krijgen de eerste drie maanden extra vitamine K nodig. Het gebruik van fytomenadion (vitamine K1) door de moeder maakt hierbij geen verschil.

Eltrombopag
Er zijn geen studies bekend waarin het gebruik van eltrombopag tijdens de borstvoeding wordt beschreven. Gezien het lage molecuulgewicht en de lange halfwaardetijd is overgang naar de borstvoeding mogelijk. Dit zal echter beperkt kunnen worden door de hoge eiwitbinding. Het risico voor de zuigeling na blootstelling via de borstvoeding is onbekend.

Romiplostim
Er is slechts een case report bekend waarin het gebruik van romiplostim tijdens de borstvoeding wordt beschreven (1). Hier werden geen nadelige effecten bij de zuigeling gerapporteerd. Vanwege het hoge molecuulgewicht zal overgang naar de borstvoeding gering zijn. Daarnaast wordt het slecht opgenomen via het maag-darmkanaal. Nadelige gevolgen voor het kind zijn hierdoor onwaarschijnlijk.

Tranexaminezuur
Er gaat slechts een kleine hoeveelheid tranexaminezuur over in de moedermelk. In een studie met 21 blootgestelde zuigelingen met een gemiddelde leeftijd van 4 maanden (leeftijdsverdeling onbekend) werden geen significante verschillen gevonden ten opzichte van een controlegroep op het gebied van mogelijke bijwerkingen, neurologische ontwikkeling of de algemene gezondheid (2). In een andere studie werd tranexaminezuur toegepast bij ruim 10.000 vrouwen met een postpartum bloeding (3). Hoeveel van deze vrouwen borstvoeding hebben gegeven is helaas onbekend. Er waren geen verschillen ten opzichte van de placebo-groep (ook ruim 10.000 vrouwen) qua sterfte en trombo-embolische events bij de kinderen die borstvoeding kregen.

arrow icon
  • Patras A, Figueroa R, Singh AP. Romiplostim for management of refractory immune thrombocytopenic purpura in the immediate postpartum period. BMJ case reports. 2020-05-18;13(5)
  • Gilad O, Merlob P, Stahl B. Outcome following tranexamic acid exposure during breastfeeding. Breastfeeding medicine : the official journal of the Academy of Breastfeeding Medicine. 2014-10-01;9(8):407-10
  • WOMAN Trial Collaborators. Effect of early tranexamic acid administration on mortality, hysterectomy, and other morbidities in women with post-partum haemorrhage (WOMAN): an international, randomised, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet (London, England). 2017-05-27;389(10084):2105-2116

Laatst bijgewerkt op 12-08-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.