Aa Lettergrootte
16
 
NSAID’s of salicylaten bij pijn tijdens de zwangerschap
Overzicht

Voor de behandeling van pijn tijdens de zwangerschap gaat de voorkeur uit naar paracetamol. Als dit middel onvoldoende effect heeft, dan kunnen in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap af en toe kortdurend NSAID’s worden gebruikt. De middelen diclofenac, ibuprofen en naproxen hebben de voorkeur.

Let op

  • Gebruik geen NSAID’s en salicylaten bij pijn in het derde trimester van de zwangerschap.
  • Vermijd altijd de combinatie van diclofenac met misoprostol.
  • Als NSAID's op indicatie langdurig of in een hoge dosering worden gebruikt (zoals bij reumatoïde artritis), controleer dan regelmatig de hoeveelheid vruchtwater en het ongeboren kind.
Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - diclofenac (eerste en tweede trimester)
    • - ibuprofen (eerste en tweede trimester)
    • - naproxen (eerste en tweede trimester)
  • Risico op aangeboren afwijkingen Dit geneesmiddel geeft een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of andere blijvende schade. Gebruik dit middel alleen in uitzonderingsgevallen (met extra controles). Kies zo mogelijk voor een veiliger middel of staak -tijdelijk- de behandeling.
    • - aceclofenac (derde trimester)
    • - acetylsalicylzuur (vanaf 250 mg per dag) (derde trimester)
    • - carbasalaatcalcium (meer dan 100 mg per dag) (derde trimester)
    • - dexketoprofen (derde trimester)
    • - diclofenac (derde trimester)
    • - fenylbutazon (derde trimester)
    • - flurbiprofen (derde trimester)
    • - ibuprofen (derde trimester)
    • - indometacine (derde trimester)
    • - ketoprofen (derde trimester)
    • - meloxicam (derde trimester)
    • - metamizol (derde trimester)
    • - nabumeton (derde trimester)
    • - naproxen (derde trimester)
    • - piroxicam (derde trimester)
    • - propyfenazon (derde trimester)
    • - tiaprofeenzuur (derde trimester)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - aceclofenac (eerste en tweede trimester)
    • - acetylsalicylzuur (vanaf 250 mg per dag) (eerste en tweede trimester)
    • - carbasalaatcalcium (meer dan 100 mg per dag) (eerste en tweede trimester)
    • - dexketoprofen (eerste en tweede trimester)
    • - fenylbutazon (eerste en tweede trimester)
    • - flurbiprofen (eerste en tweede trimester)
    • - indometacine (eerste en tweede trimester)
    • - ketoprofen (eerste en tweede trimester)
    • - meloxicam (eerste en tweede trimester)
    • - metamizol (eerste en tweede trimester)
    • - nabumeton (eerste en tweede trimester)
    • - piroxicam (eerste en tweede trimester)
    • - propyfenazon (eerste en tweede trimester)
    • - tiaprofeenzuur (eerste en tweede trimester)

Eerste en tweede trimester
Met de al langer bestaande NSAID’s diclofenac, ibuprofen en naproxen is de meeste ervaring opgedaan. Over het gebruik van de overige NSAID's bij pijn tijdens de zwangerschap zijn weinig gegevens bekend. De ervaring met salicylaten en de oudere NSAID’s laat geen duidelijke aanwijzingen zien voor teratogene effecten bij de mens. Op basis van enkele studies bestaat wel discussie over een mogelijk licht verhoogd risico op spontane abortus en hartafwijkingen. Salicylaten en ibuprofen geven mogelijk een licht verhoogd risico op gastroschisis (een afwijking van de buikwand). Bij kortdurend gebruik en normale doseringen lijkt het risico echter zeer klein.

Derde trimester
Gebruik NSAID’s en salicylaten bij pijn niet in het derde trimester van de zwangerschap. In deze periode wordt het gebruik van NSAID’s in verband gebracht met verminderde weeënactiviteit, versterkt bloedverlies tijdens de baring, vroegtijdige sluiting van de ductus arteriosus en persisterende pulmonale hypertensie bij de neonaat. Ook is bij hoge doseringen en langdurig gebruik in de tweede helft van de zwangerschap verminderde foetale urineproductie beschreven, wat tot oligohydramnion (tekort aan vruchtwater) en irreversibele neonatale oligo- en anurie (verminderde of afwezige urineproductie) kan leiden. Verder kunnen bloedingen optreden door het gebruik van salicylaten als pijnstiller, zowel bij de moeder als bij de pasgeborene.

Het gebruik van acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium in lage doseringen wordt besproken op de pagina over bloedplaatjesremmers.

Indometacine
Bij zeer premature baby’s is necrotiserende enterocolitis en periventriculaire malacie waargenomen na gebruik van indometacine door de moeder. Bij premature kinderen is na gebruik van indometacine door de moeder voor vroegtijdige weeën ook vaker een persisterende open ductus arteriosus gezien. Dit komt mogelijk door beschadiging van de intima van de ductus arteriosus door indometacine.

Misoprostol
Vermijd altijd de combinatie van diclofenac met misoprostol (om het maagslijmvlies te beschermen). Misoprostol kan baarmoedercontracties veroorzaken, wat kan leiden tot uterusbloedingen, miskramen en ernstige aangeboren afwijkingen. Meer informatie over misoprostol is beschikbaar op de pagina over maagwandbeschermers.

Laatst bijgewerkt op 20-01-2020


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.