Aa Lettergrootte
16
 
Plaatselijke verdovingsmiddelen tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

De meeste lokaal anesthetica (plaatselijke verdovingsmiddelen) kunnen tijdens de borstvoeding zonder bezwaar worden gebruikt. Alleen voor gebruik van prilocaïne, cinchocaïne en mepivacaïne is dat nog niet bekend.

Let op

  • Maak voor het voeden de huid rond de tepel goed schoon bij het gebruik van crèmes, zalven of pleisters op de borst. Zo komt de zuigeling niet in contact met de verdovende middelen.
  • Druk na gebruik van oogdruppels de traanbuis één tot drie minuten dicht. Dit vermindert de opname in het lichaam.
Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - lidocaïne (huid/oor/oog)
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - articaine
    • - bupivacaine
    • - levobupivacaine
    • - lidocaïne (injectie)
    • - oxybuprocaine
    • - pramocaine
    • - ropivacaine
    • - tetracaine
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - cinchocaine
    • - felypressine
    • - mepivacaine
    • - prilocaine

Lokaal anesthetica in injectievorm, zoals bupivacaïne, lidocaïne en waarschijnlijk ook articaïne, gaan slechts in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Bij lokale toedieningsvormen, zoals crèmes, oogdruppels of oordruppels, is de overgang naar de melk nog beperkter.

Prilocaïne komt waarschijnlijk ook slechts in geringe mate in de moedermelk terecht. Eenmalige toepassing bij de tandarts is waarschijnlijk geen probleem gezien de kleine hoeveelheid die daarbij wordt gebruikt.
Over cinchocaine en mepivacaine is weinig informatie bekend. Uit voorzorg heeft gebruik van deze middelen niet de voorkeur.

Sommige producten bevatten ook adrenaline (epinefrine) of felypressine (octapressine) voor plaatselijke vaatvernauwing, zodat het effect zo plaatselijk mogelijk blijft. Lokaal gebruik van adrenaline is voor de borstvoeding geen bezwaar. Over felypressine is geen informatie.

Laatst bijgewerkt op 28-05-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.