Klassieke antipsychotica tijdens de zwangerschap
Overzicht

Bij de toepassing van klassieke antipsychotica tijdens de zwangerschap gaat de voorkeur uit naar haloperidol. Het is onbekend of de overige klassieke antipsychotica gebruikt kunnen worden tijdens de zwangerschap.

Let op
Het gebruik van klassieke antipsychotica tot aan de bevalling kan bij het kind onthoudings- of toxische verschijnselen veroorzaken, zoals prikkelbaarheid, bewegingsstoornissen, verhoogde spierspanning, trillen, onregelmatige ademhaling, slecht drinken en hard huilen.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - haloperidol (1e en 2e trimester)
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - haloperidol (3e trimester)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - broomperidol
    • - chloorprotixeen
    • - flufenazine
    • - flupentixol
    • - fluspirileen
    • - penfluridol
    • - perfenazine
    • - periciazine
    • - pimozide
    • - pipamperon
    • - sulpiride
    • - tiapride
    • - zuclopentixol

Psychotische aandoeningen of manie tijdens de zwangerschap
Het niet behandelen van een vrouw met een psychotische aandoening of manie tijdens de zwangerschap kan ernstige gevolgen hebben voor zowel moeder als kind. Een adequate behandeling van de klach­ten in de zwangerschap is dus belangrijk.

Keuze van het middel
De voorkeur binnen de klassieke antipsychotica gaat uit naar halope­ridol. Abrupt stoppen met een antipsychoticum of het wisselen van medicatie tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op recidiefpsychose. Wissel daarom zo nodig vóór de conceptie van antipsychoticum. Tegenwoordig worden vrouwen vaak met een atypisch antipsychoticum behandeld.

Broomperidol, haloperidol en pipamperon
Van de butyrofenonen is tijdens de zwangerschap de meeste ervaring opgedaan met haloperidol. Deze gegevens wijzen niet eenduidig op een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Daarom is haloperidol tijdens de zwangerschap het middel van eerste keuze binnen de klassieke antipsychotica voor de behandeling van een psychose. Er is beperkt onderzoek naar de andere middelen gedaan.

Flufenazine, perfenazine en periciazine
Fenothiazine-antipsychotica zijn in zeer hoge doses teratogeen in proefdieren. Bij de mens zijn hiervoor geen duidelijke aanwijzingen, maar de ervaring met deze middelen is beperkt. Schrijf fenothiazinen alleen op strikte indicatie voor.

Overige middelen
Over de overige geneesmiddelen binnen de klassieke antipsychotica is onvoldoende bekend om een uitspraak te kun­nen doen over de risico’s

Onthoudings- en toxische verschijnselen na de geboorte
Toepassing van klassieke antipsychotica in het derde trimester van de zwangerschap kan leiden tot extrapiramidale stoornissen bij het pasgeboren kind. Langdurig gebruik tot aan de bevalling kan verder bij het kind onthoudingsverschijnselen veroorzaken, zoals prikkelbaarheid, hypertonie, tremoren, onregelmatige ademhaling, slecht drinken en hard huilen.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.