Omalizumab en andere monoklonale antilichamen bij astma tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Omalizumab kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt tijdens de borstvoedingsperiode.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - omalizumab
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - benralizumab
    • - mepolizumab
    • - reslizumab

Monoklonale antilichamen zijn grote eiwitmoleculen en gaan waarschijnlijk slechts in hele kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Bovendien worden deze grote moleculen waarschijnlijk in het maagdarmkanaal van de zuigeling geïnactiveerd.

Er is niet onderzocht of omalizumab overgaat in de borstvoeding. Wel zijn er enkele case reports waarin vermeld wordt dat omalizumab is gebruikt tijdens de borstvoeding. Er worden geen effecten gezien op de kinderen. Daarnaast beschrijft het zwangerschapsregister EXPECT 98 vrouwen die borstvoeding gaven terwijl zij omalizumab gebruikten.  43 vrouwen zelfs langer dan zes maanden. Informatie over mogelijke nadelige effecten wordt echter niet gegeven.

Over het gebruik van de andere middelen tijdens de borstvoeding is nog geen ervaring gedocumenteerd.

Laatst bijgewerkt op 26-03-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.