Mineralen tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Tijdens de borstvoedingsperiode kunnen mineralen en sporenelementen worden gebruikt in de aanbevolen doseringen als aanvulling op de voeding en bij een tekort.
In Nederland komen mineralentekorten bijna niet voor. Een gevarieerde voeding bevat voldoende mineralen. Vrouwen die zwanger zijn en vrouwen die borstvoeding geven kunnen extra ijzer nodig hebben.

Let op:

  • Gebruik jodium alleen bij een aangetoond tekort.
  • Begin september 2021 zijn een aantal voedingssupplementen van Davitamon teruggeroepen, omdat bij een van de ingrediënten een te hoog ethyleenoxide gehalte is gevonden. Vrouwen die deze middelen hebben geslikt tijdens de borstvoedingsperiode hoeven zich geen zorgen te maken om hun eigen gezondheid of de gezondheid van hun kind (zie ook de website van het Voedingscentrum). Ethyleenoxide is pas schadelijk  als het jarenlang in grote hoeveelheden is ingenomen.
 mineraal  aanbevolen hoeveelheid per dag    
 calcium  1000 mg
 ijzer  15 mg
 kalium  3100 mg
 magnesium                280 mg
 zink  11 mg
 koper  1 mg
 jodium  200 microgram
arrow icon

Over de mogelijke nadelige effecten van gebruik van mineralen boven de aanbevolen dosering per dag is weinig bekend.

IJzer
Extra ijzerinname verhoogt het gehalte aan ijzer in de moedermelk niet.

Jodium
Suppletie van jodium dient alleen te gebeuren bij een bewezen deficiëntie. Jodium in de moedermelk kan de schildklierfunctie van de zuigeling nadelig beïnvloeden. Het kan bij het kind hypothyreoïdie en struma veroorzaken. Jodium gaat makkelijk vanuit het bloed over in de moedermelk en kan in de borstvoeding stapelen. De melkplasma-ratio’s variëren tussen 15 en 23.

Laatst bijgewerkt op 09-09-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.