Corticosteroïden per inhalatie bij COPD tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

De inhalatiepreparaten met beclometason, budesonide en fluticason kunnen veilig worden gebruikt tijdens de borstvoedingsperiode. De opname vanuit het maagdarmkanaal is heel laag. Nadelige effecten bij de zuigeling zijn niet waarschijnlijk.

Risico indeling

  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - beclometason
    • - budesonide
    • - fluticason

Budesonide
Uit één onderzoek blijkt dat budesonide slechts in kleine hoeveelheden overgaat in de moedermelk. Het onderzoek beschrijft geen nadelige effecten bij de zuigeling.

Beclomethason en fluticason
Er is geen onderzoek gedaan naar de overgang van fluticason en beclomethason in de moedermelk. Verwacht wordt dat de hoeveelheid veel te laag is om effect te hebben op de zuigeling. Geïnhaleerde corticosteroïden komen slechts in hele kleine hoeveelheden systemisch. Verder blijkt uit onderzoek met andere corticosteroïden dat ze slechts in geringe mate overgaan in de moedermelk.

 

Laatst bijgewerkt op 14-11-2019


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.