Diverse systemische antimycotica bij schimmelinfecties tijdens de zwangerschap
Overzicht

Tijdens de zwangerschap kan een eenmalige dosis van 150 mg fluconazol worden gebruikt. Vermijd langdurige gebruik of hoge doseringen van fluconazol. Itraconazol en miconazol kunnen waarschijnlijk ook veilig gebruikt worden in de zwangerschap. Het is onbekend of de overige middelen veilig gebruikt kunnen worden in de zwangerschap.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - fluconazol (eenmalig 150 mg)
    • - itraconazol
    • - miconazol
  • Risico op aangeboren afwijkingen Dit geneesmiddel geeft een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of andere blijvende schade. Gebruik dit middel alleen in uitzonderingsgevallen (met extra controles). Kies zo mogelijk voor een veiliger middel of staak -tijdelijk- de behandeling.
    • - fluconazol (langdurig) (hoge dosering)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - flucytosine
    • - isavuconazol
    • - ketoconazol (syndroom van cushing)
    • - posaconazol
    • - terbinafine
    • - voriconazol

Fluconazol
Met een eenmalige dosis fluconazol tijdens de zwangerschap is veel ervaring opgedaan. Deze gegevens laten geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen zien. Langdurig gebruik of in hogere doseringen wordt afgeraden. Een studie met meer dan 7.000 blootstellingen aan fluconazol in het eerste trimester met doseringen van eenmalig 150 mg tot langdurig gebruik van hogere dosis (tot 6.000 mg totaal) laat geen overall verhoogd risico op aangeboren afwijkingen zien. De tetralogie van Fallot kwam bij alle doseringscategorieën significant vaker voor. Het absolute risico is echter laag, 1 op de 1.000. Om dit risico uit te sluiten of te bevestigen is aanvullend onderzoek nodig. Een licht verhoogd risico op een miskraam is op basis van de huidige studies niet uit te sluiten. Een aantal case-reports beschrijven aangeboren afwijkingen na langdurig gebruik van hoge doseringen fluconazol voor gedissemineerde infecties.

Itraconazol
Met het gebruik van itraconazol tijdens de zwangerschap is redelijk veel ervaring opgedaan. Deze gegevens laten geen verhoogd risico zien op aangeboren afwijkingen. Een licht verhoogd risico is met de huidige aantallen onderzochte zwangerschappen niet uit te sluiten.

Miconazol
Er is veel onderzoek bekend met het gebruik van miconazol tijdens de zwangerschap. Het betreft vooral informatie over lokaal gebruik. De ervaring met lokaal gebruik laat tot nu toe geen verhoogd risico zien. Ervaring met de orale toepassing voor de behandeling van infecties van het maag-darmkanaal is beperkt. Miconazol wordt echter beperkt opgenomen uit het maagdarmkanaal. Er zijn geen aanwijzingen voor nadelige effecten van orale toepassing.

Ketoconazol
Over het gebruik van ketoconazol tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens bekend om een goede risico-inschatting te maken van de risico’s. Ketoconazol geeft een verhoogd risico op levertoxiciteit. Het middel wordt daarom alleen voorgeschreven bij het syndroom van Cushing.

Flucytosine
Vijf procent van de orale dosis flucytosine wordt omgezet in fluorouracil. De klinische relevantie hiervan is niet bekend. Fluorouracil wordt op grond van het werkingsmechanisme als teratogeen beschouwd. Wees dan ook zeer terug­houdend met het gebruik van flucytosine tijdens de zwangerschap.

Overige middelen
Over het gebruik van terbinafine en ketoconazol tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens bekend om een risico-inschatting te maken. Er zijn geen gegevens bekend over isavuconazol, posaconazol en voriconazol.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.