Benzodiazepines bij epilepsie tijdens de zwangerschap
Overzicht

Benzodiazepines (benzodiazepine-agonisten) kunnen tijdens de zwangerschap kortdurend worden gebruikt om een aanval te couperen. Probeer ze zo kort mogelijk te gebruiken in een lage dosis.

Let op
Bij gebruik van benzodiazepines aan het eind van de zwangerschap kan het pasgeboren kind last krijgen van ademhalingsdepressie en van ontwenningsverschijnselen.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - diazepam (1e en 2e trimester)
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - diazepam (3e trimester)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - clobazam
    • - clonazepam
    • - midazolam

Binnen de groep van benzodiazepines is er met diazepam is de meeste ervaring opgedaan (er zijn gegevens beschikbaar bij > 5000 zwangeren). Er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Diazepam passeert gemakkelijk de placenta en kan vanwege de lange halfwaardetijd stapelen bij de foetus.
Midazolam, dat nasaal, oromucosaal of intraveneus wordt toegepast bij status epilepticus, heeft een kortere halfwaardetijd dan de andere genoemde benzodiazepines. Er is echter maar weinig ervaring met dit middel tijdens de zwangerschap.

Dierstudies laten een verhoogd risico zien op schisis bij gebruik van benzodiazepi­nes. Bij de mens zijn er geen eenduidige aanwijzingen dat het gebruik van benzodiaze­pines leidt tot een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.
 

Epilepsie tijdens de zwangerschap
Epileptische aanvallen tijdens de zwangerschap, vooral tonisch-clonische aanvallen, kunnen nadelige effecten hebben voor moeder en kind. Vrouwen die behandeld worden voor epilepsie kunnen de medicatie tijdens de zwangerschap meestal niet staken. Maak bij voorkeur vóór de zwanger­schap een zorgvuldige afweging over het gebruik van anti-epileptica. Als gebruik tijdens de zwangerschap noodzakelijk is gaat de voorkeur uit naar lamotrigine of levetiracetam. Het risico op het ontstaan van afwijkingen neemt toe bij het gebruik van combinaties van anti-epileptica; vermijd polytherapie dus zoveel mogelijk.

Effecten bij de pasgeborene
Hoge doses benzodiazepine vlak voor de geboorte kunnen leiden tot neonatale respiratoire depressie. Daarnaast bestaat de kans op het ontstaan van een floppy-infantsyn­droom postpartum, met onder andere hypotonie, lethargie, verstoorde temperatuurregulatie en slecht drinken. Het optreden van dit syndroom is waarschijnlijk gerelateerd aan de gebruikte dosering.
Bij langdurig gebruik tot aan de geboorte kunnen onthoudingsverschijnselen bij de pasgeborene optre­den, zoals prikkelbaarheid, hypertonie, tremoren, onregelmatige ademhaling, braken, diarree, convulsies en hard huilen. Als er onthoudingsverschijnselen optreden, gebeurt dat meestal in de loop van de eerste dagen na de geboorte. De verschijnselen zijn doorgaans mild, van voorbijgaande aard en (in theorie) dosisafhankelijk.

Foliumzuur
Foliumzuursuppletie bij gebruik van anti-epileptica is belangrijk. De dosering is net als voor elke zwangere vrouw 0,4 mg per dag. Een dosis van 5 mg wordt alleen geadviseerd bij zwange­ren die een bewezen foliumzuurtekort hebben of die eerder een kind met een neuraalbuisde­fect (spina bifida) hebben gekregen. Voor het juiste inname advies, zie de pagina Vitaminen tijdens de zwangerschap.

De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.