Aa Lettergrootte
16
 
Tetracyclische antidepressiva tijdens de zwangerschap
Overzicht

Onderzoek naar het gebruik van mirtazapine in de zwangerschap laat geen hoger risico op aangeboren afwijkingen zien. Er zijn onvoldoende gegevens van mianserine bekend om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke risico’s.

Bij starten van een antidepressivum tijdens de zwangerschap gaat de voorkeur uit naar een selectieve serotonineheropnameremmer (bij voorkeur fluoxetine, citalopram of sertraline) of een tricyclisch antidepressivum (bij voorkeur amitriptyline, clomipramine, imipramine of nortriptyline)

Let op

  • Stop niet abrupt met de medicatie in de zwangerschap. Dit kan de depressie doen verergeren, laten terugkeren en nadelige effecten hebben op de zwangerschap.
  • Na langdurig gebruik van antidepressiva tot aan de bevalling kan het pasgeboren kind onthoudingsverschijnselen krijgen.
Risico indeling
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - mirtazapine
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - mianserine

Mirtazapine
Er is redelijke hoeveelheid onderzoek naar het gebruik van mirtazapine in de zwangerschap. Uit de onderzoeken komt geen hoger risico op aangeboren afwijkingen naar voren. In een twintigtal cases wordt mirtazapine gebruikt voor de behandeling van hyperemesis, vaak in het 2e trimester.

Mianserine
Er is weinig onderzoek gedaan naar het gebruik van mianserine in de zwangerschap.

Onthoudingsverschijnselen
Langdurig gebruik van antidepressiva tot aan de partus kan tot onthoudingsver­schijnselen bij de neonaat leiden, zoals prikkelbaarheid, hypertonie (een verhoogde spierspanning), tremoren, onre­gelmatige ademhaling, slecht drinken en hard huilen. Deze symptomen treden meestal in de loop van de eerste dagen na de geboorte op. De ver­schijnselen zijn doorgaans mild, van voorbijgaande aard en in theorie dosisafhankelijk.

Behandeling van een depressie tijdens de zwangerschap
De volgende overwegingen zijn belangrijk bij de behandeling van een (mogelijke) zwangere vrouw met een depressie:

  • Het niet behandelen van een depressie tijdens de zwan­gerschap kan nadelige effecten hebben voor moeder en kind, zoals een vroeggeboorte, een te laag geboortegewicht, het verergeren van de depressie.
  • Bij starten van medicatie gaat de voorkeur uit naar een selectieve serotonineheropnameremmer (bij voorkeur fluoxetine, citalopram of sertraline) of een tricyclisch antidepressivum (bij voorkeur amitriptyline, clomipramine, imipramine of nortriptyline).
  • Als medicatie bij een vrouw met een kinderwens noodzakelijk is, kan de bestaande therapie worden voortgezet of het antidepressivum worden omgezet naar een middel waarmee meer ervaring is opgedaan. Bij deze afweging spelen de indicatie en de ernst van de klachten, de res­pons op huidige medicatie en de eventuele wens om borstvoeding te geven een rol.
  • Abrupt stoppen met een antidepressivum of het wisselen van medicatie tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op een terugkeer van de depressie. Wissel daarom van antidepressivum vóór de conceptie. Abrupt stoppen of omzetten tijdens de zwangerschap wordt afgeraden.

Laatst bijgewerkt op 02-10-2018


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.