Ondansetron en andere serotonine-antagonisten bij misselijkheid tijdens de zwangerschap

Overzicht

Pas serotonine-antagonisten alleen toe als de gangbare behandelingen tegen zwangerschapsmisselijkheid onvoldoende werken. Ondansetron heeft van deze middelen in het tweede en derde trimester de voorkeur. Bij gebruik van ondansetron in het eerste trimester is een klein verhoogd risico op gespleten gehemelte en VSD (een hartafwijking) niet uit te sluiten. Granisetron, palonosetron en tropisetron zijn nauwelijks onderzocht in de zwangerschap. Gebruik deze middelen bij voorkeur niet.

Risico indeling

  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - ondansetron (2e en 3e trimester)
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - ondansetron (1e trimester)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - granisetron
    • - palonosetron
    • - tropisetron

Misselijkheid in de zwangerschap
Meer dan de helft van de zwangere vrouwen heeft last van misselijkheid en braken. Als het braken niet veroorzaakt wordt door een ziekte, dan worden bij milde klachten als eerste dieetmaatregelen geadviseerd. Als dat onvoldoende effect heeft, hebben meclozine, doxylamine of metoclopramide de voorkeur. Deze middelen zijn het best onderzocht.

Ondansetron in het eerste trimester
Gebruik ondansetron pas als de eerste keuzemiddelen niet werken. Gezien het beperkte effect op het risico op afwijkingen kan gebruik van ondansetron in het eerste trimester bij ernstige vormen van misselijkheid toch een optie zijn. Belangrijk is dat de voor- en nadelen goed afgewogen en besproken worden met de zwangere [14-16]. Ernstige misselijkheid kan ook nadelige effecten hebben voor de zwangerschap.

Er wordt in de literatuur geen algeheel hoger risico gezien op miskramen en aangeboren afwijkingen [1-12, 20, 22] bij gebruik van ondansetron in het eerste trimester. Met betrekking tot het risico op specifieke afwijkingen, zoals hartafwijkingen en schisis (gespleten lip of gehemelte), zijn de onderzoeksresultaten tegenstrijdig en niet consistent. De meeste studies zien geen hoger risico op specifieke afwijkingen. In drie onderzoeken wordt een licht verhoogd risico op gespleten gehemelte of lip gemeld en in drie andere op hartafwijkingen of een VSD (ventrikelseptumdefect). Geen van de studies ziet zowel een hogere risico op gespleten gehemelte als op hartafwijkingen. Bij een duidelijk verhoogd risico is het te verwachten dat dit in de meeste/ alle studies gezien wordt. Omdat dit hier niet het geval is, is het lastig vast te stellen of er een causaal verband is tussen ondansetron en deze specifieke afwijkingen. Een meta-analyse uit 2020 ziet een klein verhoogd risico op schisis (OR 1.22, 95% CI 1.00–1.49; n = 4 studies)  en VSD (OR 1.11, 95% CI 1.00–1.23; n=6 studies), maar niet op hartafwijkingen [13]. Het kan zijn dat de ernst van het ziektebeeld een rol speelt bij het ontstaan van de afwijkingen.

Meer informatie over 1e trimester studies

Er is een 13-tal onderzoeken [1-12, 20] verschenen naar het 1e trimester gebruik van ondansetron in de zwangerschap, met 5 grote database studies in de laatste 3 jaar. In totaal zijn er meer dan 270.000 zwangerschappen gevolgd. Omdat de uitkomsten van de onderzoeken tegenstrijdig zijn, is het onduidelijk of er een licht verhoogd risico is op schisis en hartafwijkingen bij gebruik van ondansetron of dat de ernst van de indicatie hierin een rol speelt.

Gespleten gehemelte: In een grote databasestudie uit Amerika (Medicaid, 2018) met 88.467 levendgeborenen, ziet men een licht verhoogd risico op gespleten gehemelte (RR 1.24 (95% CI 1.03-1.48) [1]. De auteurs melden dat er mogelijk 3 extra gevallen van gespleten gehemelte per 10.000 kinderen zijn. Een recent onderzoek (2019) op dezelfde database naar intraveneus gebruik van ondansetron ziet geen hoger risico op gespleten gehemelte (RR 0.95 (95% CI 0.63-1.43) [2]. Dit onderzoek betrof ruim 23.000 zwangerschappen. Ook in de subgroep IV + oraal ondansetron wordt geen hoger risico op gespleten gehemelte gezien (RR=1.07 (95%CI, 0.59-1.93)).

In een andere studie worden 2 registers voor aangeboren afwijkingen uit Amerika onderzocht [4]. Het ene register (NBDPS) ziet wel een licht verhoogd risico op gespleten gehemelte (OR 1.6, 95% CI 1.1-2.3), de andere (BDS) niet (OR 0.5, 95% CI 0.3–1.0). Een eerdere studie van het NBDPS register meldde ook een licht hoger risico op gespleten gehemelte [5]. Alle andere studies zien geen hoger risico.

Hartafwijkingen: Er zijn 3 onderzoeken, met samen ruim 10.000 zwangerschappen, waarin een licht verhoogd risico (OR <2.1) op hartwijkingen of VSD wordt gezien [3,7,12]. In een recente heranalyse [https://janusmed.sll.se/#/home/fosterpaverkan] met meer data van het Zweedse zwangerschapsregister is het risico op VSD gezien door Danielsson [7] verdwenen. Alle andere studies (waaronder de 2 grootste met samen ruim 150.000 zwangerschappen) zien geen hoger risico. De data zijn niet eenduidig en wijzen mogelijk op een effect van de ernst van het ziektebeeld (ernstige hyperemesis geeft hoger risico) en niet op een effect van ondansetron.

Ondansetron in het tweede en derde trimester
Gebruik ondansetron pas als de eerste keuzemiddelen niet werken. Ondansetron kan in het tweede en derde trimester gebruikt worden. Er zijn geen aanwijzingen voor nadelige effecten [8, 20-22]

Overige Serotonine-antagonisten
Het gebruik van granisetron [18], palonosetron en tropisetron  tijdens de zwangerschap is niet tot nauwelijks onderzocht. Hierdoor is het niet mogelijk iets te zeggen over eventuele effecten op de zwangerschap of het ongeboren kind.

Alternatieve middelen
Andere middelen die tijdens de zwangerschap worden gebruikt bij misselijkheid, braken of hyperemesis gravidarum zijn pyridoxine, gember, antihistaminica, dopamine-antagonisten, corticosteroïden en mirtazapine. Zie de betreffende pagina’s voor informatie over deze middelen.


  • Huybrechts KF, et al. Association of Maternal First-Trimester Ondansetron Use With Cardiac Malformations and Oral Clefts in Offspring. JAMA. 2018-12-18;320(23):2429-2437
  • Huybrechts KF, et al. Intravenous Ondansetron in Pregnancy and Risk of Congenital Malformations. JAMA. 2020-01-28;323(4):372-374
  • Zambelli-Weiner A, Via C, Yuen M. First trimester ondansetron exposure and risk of structural birth defects. Reproductive toxicology (Elmsford, N.Y.). 2019-01-01;83:14-20
  • Parker SE, Van Bennekom C, Anderka M. Ondansetron for Treatment of Nausea and Vomiting of Pregnancy and the Risk of Specific Birth Defects. Obstetrics and gynecology. 2018-08-01;132(2):385-394
  • Anderka M, et al. Medications used to treat nausea and vomiting of pregnancy and the risk of selected birth defects. Birth defects research. Part A, Clinical and molecular teratology. 2012-01-01;94(1):22-30
  • Fejzo MS, MacGibbon KW, Mullin PM. Ondansetron in pregnancy and risk of adverse fetal outcomes in the United States. Reproductive toxicology (Elmsford, N.Y.). 2016-07-01;62:87-91
  • Danielsson B, Wikner BN, Kallen B. Use of ondansetron during pregnancy and congenital malformations in the infant. Reproductive toxicology (Elmsford, N.Y.). 2014-12-01;50:134-7
  • Pasternak B, Svanstrom H, Hviid A. Ondansetron in pregnancy and risk of adverse fetal outcomes. The New England journal of medicine. 2013-02-28;368(9):814-23
  • Colvin L, Gill AW, Slack-Smith L. Off-label use of ondansetron in pregnancy in Western Australia. BioMed research international. 2013-01-01;2013:909860
  • Einarson A, Maltepe C, Navioz Y. The safety of ondansetron for nausea and vomiting of pregnancy: a prospective comparative study. BJOG : an international journal of obstetrics and gynaecology. 2004-09-01;111(9):940-3
  • Sakran R, Shechtman S, Arnon J. Pregnancy outcome following in-utero exposure to ondansetron: A prospective comparative observational study. Reproductive toxicology (Elmsford, N.Y.). 2020-11-16;99:9-14
  • Lemon LS, et al. Ondansetron use in the first trimester of pregnancy and the risk of neonatal ventricular septal defect. International journal of epidemiology. 2020-04-01;49(2):648-656
  • Picot C, Berard A, Grenet G. Risk of malformation after ondansetron in pregnancy: An updated systematic review and meta-analysis. Birth defects research. 2020-08-01;112(13):996-1013
  • Michie LA, Hodson KK. Ondansetron for nausea and vomiting in pregnancy: re-evaluating the teratogenic risk. Obstetric medicine. 2020-03-01;13(1):3-4
  • Damkier P, Kaplan YC, Shechtman S. Ondansetron in pregnancy revisited: Assessment and pregnancy labelling by the European Medicines Agency (EMA) &amp; Pharmacovigilance Risk Assessment Committee (PRAC). Basic & clinical pharmacology & toxicology. 2020-12-04;
  • Andrade C. Major Congenital Malformation Risk After First Trimester Gestational Exposure to Oral or Intravenous Ondansetron. The Journal of clinical psychiatry. 2020-06-02;81(3)
  • Kaplan YC, Richardson JL, Keskin-Arslan E. Use of ondansetron during pregnancy and the risk of major congenital malformations: A systematic review and meta-analysis. Reproductive toxicology (Elmsford, N.Y.). 2019-06-01;86:1-13
  • Shapira M, Avrahami I, Mazaki-Tovi S. The safety of early pregnancy exposure to granisetron. European journal of obstetrics, gynecology, and reproductive biology. 2020-02-01;245:35-38
  • Källén K, Winbladh B, Wide K. Janusmed fosterpåverkan [Internet]. Beschikbaar via https://janusmed.sll.se/fosterpaverkan
  • Dormuth CR, et al. Comparison of Pregnancy Outcomes of Patients Treated With Ondansetron vs Alternative Antiemetic Medications in a Multinational, Population-Based Cohort. JAMA network open. 2021-04-01;4(4):e215329
  • Suarez EA, Boggess K, Engel SM. Ondansetron use in early pregnancy and the risk of late pregnancy outcomes. Pharmacoepidemiology and drug safety. 2021-02-01;30(2):114-125
  • Suarez EA, Boggess K, Engel SM. Ondansetron use in early pregnancy and the risk of miscarriage. Pharmacoepidemiology and drug safety. 2021-02-01;30(2):103-113

Laatst bijgewerkt op 26-04-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.