Middelen bij onvoldoende melkproductie tijdens de borstvoedingsperiode

Overzicht

Domperidon en metoclopramide worden soms gebruikt om de productie van moedermelk te verhogen. Domperidon heeft de voorkeur boven metoclopramide. Beide middelen zijn hiervoor niet geregistreerd. Ze geven bovendien kans op ernstige bijwerkingen bij de moeder. Wees daarom terughoudend met het voorschrijven van deze middelen.

Door vaker te voeden kan de melkproductie ook toenemen.

Risico indeling

  • Meest veilig tooltip icon Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - domperidon (kortdurend)
  • Waarschijnlijk veilig tooltip icon Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - metoclopramide (kortdurend)
arrow icon

De melkproductie staat onder invloed van het hormoon prolactine. De dopamine-antagonisten domperidon en metoclopramide  kunnen de melkproductie stimuleren door verhoging van de prolactinespiegel. Deze middelen zijn echter niet geregistreerd voor deze indicatie.

Domperidon
Onderzoek heeft aangetoond dat domperidon de melkproductie verhoogt en geen bijwerkingen geeft bij de zuigeling. Naar mogelijke bijwerkingen bij de zuigeling op de lange termijn is geen onderzoek gedaan [1-6].

Domperidon heeft een lage melk/plasma-ratio van 0,25–0,4 en een eiwitbinding van meer dan 90%. Domperidon gaat slechts in zeer kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Domperidon passeert de bloed-hersenbarrière in geringe mate. Domperidon heeft om deze redenen de voorkeur boven metoclopramide om de melkproductie te verhogen. De meest gebruikte dosering is driemaal daags 10 mg. Een dosering van driemaal daags 20 mg leidt tot meer bijwerkingen bij de moeder, waaronder hartritmestoornissen. De optimale gebruiksduur van domperidon is niet duidelijk. In de meeste onderzoeken wordt domperidon 1 tot 2 weken gegeven en geeft dan een goede effectiviteit. Een studie heeft gekeken naar het effect van langzaam afbouwen van domperidon nadat de borstvoeding goed op gang was gekomen. Het afbouwen van domperidon had geen effect op de hoeveelheid borstvoeding. De borstvoeding kon worden voortgezet zonder het gebruik van domperidon [7]. Na langdurig gebruik van domperidon kunnen ontwenningsverschijnselen (zoals slapeloosheid, angst, paniekaanvallen, depressie, hartkloppingen, misselijkheid) optreden bij het stoppen van de medicatie, ook bij geleidelijk afbouwen.

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beveelt aan domperidon in de laagst nog effectieve dosis, gedurende een zo kort mogelijke periode te gebruiken in verband met het risico op cardiale bijwerkingen. Deze effecten zijn met name gezien bij oudere patiënten. Gebruik van domperidon voor stimulering van de borstvoeding wordt afgeraden bij moeders met hartritmestoornissen. 

Metoclopramide
Metoclopramide gaat over in de moedermelk en passeert de bloed-hersenbarrière. Daardoor zijn in theorie bijwerkingen mogelijk op het zich ontwikkelende centrale zenuwstelsel van de zuigeling, zoals sedatie en extrapiramidale verschijnselen. Bij de meeste onderzochte zuigelingen is metoclopramide niet aangetoond in het plasma, in een enkel geval wel. In de onderzoeken worden nauwelijks nadelige effecten op de zuigeling gezien, maar niet alle studies hebben dit goed onderzocht. De dosering bedraagt tot 45 mg per dag [1-3].

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beveelt aan metoclopramide niet langer dan vijf dagen te gebruiken in verband met het risico op neurologische bijwerkingen bij de moeder. Verder zijn er meldingen van het ontstaan van een (postpartum)depressie na het gebruik van metoclopramide. Geef metoclopramide bij voorkeur niet aan vrouwen met een eerder doorgemaakte depressie.

arrow icon
  • Shen Q, Khan KS, Du MC. Efficacy and Safety of Domperidone and Metoclopramide in Breastfeeding: A Systematic Review and Meta-Analysis. Breastfeeding medicine : the official journal of the Academy of Breastfeeding Medicine. 2021-07-01;16(7):516-529
  • Grzeskowiak LE, Wlodek ME, Geddes DT. What Evidence Do We Have for Pharmaceutical Galactagogues in the Treatment of Lactation Insufficiency?-A Narrative Review. Nutrients. 2019-04-28;11(5)
  • Asztalos EV. Supporting Mothers of Very Preterm Infants and Breast Milk Production: A Review of the Role of Galactogogues. Nutrients. 2018-05-12;10(5):600
  • Taylor A, Logan G, Twells L. Human Milk Expression After Domperidone Treatment in Postpartum Women: A Systematic Review and Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials. Journal of human lactation : official journal of International Lactation Consultant Association. 2019-08-01;35(3):501-509
  • Grzeskowiak LE, Smithers LG, Amir LH. Domperidone for increasing breast milk volume in mothers expressing breast milk for their preterm infants: a systematic review and meta-analysis. BJOG : an international journal of obstetrics and gynaecology. 2018-10-01;125(11):1371-1378
  • van Paassen N, van der Starre AM, Hanff LM. [Domperidone to promote lactation]. Domperidon ter bevordering van de lactatie Nederlands tijdschrift voor geneeskunde. 2016-01-01;160:D305
  • Livingston V, Blaga Stancheva L, Stringer J. The effect of withdrawing domperidone on formula supplementation. Breastfeed Med. 2007-09-01;2(3):178, abstract 3

Laatst bijgewerkt op 25-08-2021


Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel of vaccin. Daarnaast bespreken we diverse andere risico’s voor het ongeboren kind, zoals de kans op vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. De informatie bij borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar. We gaan bij zwangerschap en borstvoeding uit van de gebruikelijke dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Of het gebruik van een geneesmiddel de beste keuze is, en welk geneesmiddel in dat geval de voorkeur heeft, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van dit overleg en kan de medische zorg niet vervangen.