Aa Lettergrootte
16
 
Inhalatie-anesthetica bij narcose tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Tegen het geven van borstvoeding na gebruik van inhalatie-anaesthetica (in te ademen narcosemiddelen) bestaat geen bezwaar.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - desfluraan
    • - distikstofoxide (lachgas)
    • - isofluraan
    • - sevofluraan

Over de overgang van de gehalogeneerde inhalatie-anesthetica in de borstvoeding zijn geen gegevens bekend. Deze middelen hebben echter een zeer korte halfwaar­detijd. Desfluraan, isofluraan en sevofluraan worden voor het grootste deel snel via de longen uitgescheiden. De hoeveelheid die in de melk terechtkomt, is hoogstwaarschijnlijk klein. Mocht de zuigeling via de moedermelk toch een van deze middelen binnenkrijgen, dan vindt bovendien nauwelijks opname plaats vanuit het maagdarmkanaal. Borstvoeding is dan ook geen bezwaar. Dit geldt ook voor distikstofoxide (N2O; lachgas).

Laatst bijgewerkt op 28-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.